Kunstmatige cellulosevezels, MMCF: hun milieu-effect

Kunstmatige cellulosevezels (man-made cellulosic fibres, MMCF) vormen een duurzaam alternatief voor fossiele synthetische vezels. Ze reduceren in principe milieu-effecten, vergeleken met andere commercieel beschikbare vezels als katoen. Opschalen vormt een probleem. Economische, milieu-en sociale effecten hangen af van de succesvolle toepassing. Kritische gegevens zijn de prijs van de pulp, terugwinning van oplosmiddel, kapitaaluitgaven, en energiegebruik. De belangrijkste milieu-effecten zijn emissies van broeikasgassen, watergebruik, gebruik van anorganische stoffen, eutrofiering, verzuring en veranderingen in landgebruik. Deze factoren zullen beslissend zijn voor het effect van opschaling van MMCF.

De textielindustrie is een van de grootste sectoren van de wereld-economie. Voor veel ontwikkelingslanden is dit een belangrijke motor van economische groei. Ze vertegenwoordigt meer dan 2% van het BNP, wereldwijd. De afgelopen twintig jaar is het gemiddelde gebruik van textiel gegroeid van 7 naar 13 kg. Bovendien is de verwachting dat dit nog eens met 65% zal groeien tot 2035.

De concurrenten

Op het moment is natuurlijk katoen het meest gebruikte garen, alleen nylon is groter. Maar er zijn zorgen over katoen; zoals het gebruik van giftige insecticiden en bestrijdingsmiddelen, samen met schadelijke effecten van flink water- en landgebruik, en eutrofiering. Maar ook het maken van synthetische garens brengt nadelen met zich mee, als hoog energiegebruik en een flinke bijdrage aan klimaatverandering. Bovendien is de manier waarop textiel wordt gemaakt en gebruikt vaak onethisch en schadelijk voor het milieu. Er is ook een textielindustrie, die ook water- en luchtvervuiling veroorzaakt. Discriminatie van vrouwen is een belangrijke kwestie. Bovendien noodzaken megatrends op het gebied van duurzaamheid de textielindustrie om hun schadelijke effecten zoveel mogelijk te minimaliseren. Bijvoorbeeld door de ontdekking van microplastics in de oceanen, het gevolg van de productie van synthetische kleding.

Vooral de Europese Commissie streeft een circulaire economie na, bijvoorbeeld in recyclebaarheid. Hiervoor is actief innovatiewerk nodig, om nieuwe en duurzame alternatieven door te voeren in de textielsector. Een grote uitdaging! Hier komen kunstmatige cellulosevezels (MMCF) om de hoek. Deze hebben typisch de technische en fysieke eigenschappen van katoen, en het gladde en glanzende uiterlijk van zijde. Ze worden gemaakt door cellulosevezels uit houtpulp op te lossen, met een continue draadtrekkende en regeneratie-technologie. MMCF omvat een aantal categorieën:  viscose, acetaat, lyocell, modal en cupro; hiervan zijn viscosevezels commercieel dominant. Maar hun mechanische sterkte, vergeleken met tweede-generatie vezels als lyocell, is beperkt.

Kosten

Er is voldoende cellulose-grondstof voor het maken van MMCF: uit gewassen, restanten van de landbouw, pre- en post-consumententextiel, houtafval enz. Maar de technische haalbaarheid van MMCF, net als de kosten, vormt een barrière voor algemene toepassing.

Het is moeilijk, de milieu-effecten van het maken va MMCF te vergelijken met die van andere soorten garens; er zijn heel veel methoden en technologieën om vezels te maken, en bovendien regionale verschillen in milieuregels. Uit een studie bleek dat MMCF als lyocell, modal en viscose gemaakt in Oostenrijk minder milieu-effecten had dan katoen en synthetische vezels. Maar productie van viscose in Azië was vervuilender dan die van polyestergarens. Het effect van MMCF moet blijken uit een drieslag berekening van de duurzaamheid, waarin milieu, economie en sociale effecten zijn meegenomen; dit is van groot belang voor een beter begrip van MMCF als alternatief materiaal in de textielsector.

LCA studies zijn nodig

Biobased innovaties hebben een verbeterd profiel nodig; dat omvat alle onderdelen van duurzaamheid, zodat het kan concurreren met fossiele opties. MMCF zijn veelbelovende alternatieven voor synthetische garens; maar we begrijpen hun duurzaamheid nog lang niet.

Uit studies blijkt dat indicatoren van economische levensvatbaarheid zijn: kosten van oplosmiddelen, kapitaalkosten en energiegebruik. Beslissend voor milieugevolgen zijn klimaatverandering, watergebruik, gebruik van grondstoffen, eutrofiering, verzuring en landgebruik. Maar dit ligt anders voor sociale duurzaamheid. Bij toekomstige LCA-studies zullen gebruik en de afvalfase moeten worden meegenomen, om alle aspecten van het gebruik van textiel te overwegen; vooral in het licht van de eigenschappen van de waardeketen.

Uit: Sustainability indicators for accelerating the production of man-made cellulosic fibers. In: Cleaner Environmental Systems, Volume 20, March 2026, 100391

Interessant? Lees dan ook:
Vezels van de toekomst 2: cellulosevezels uit hout
Microkristallijn cellulose: veelzijdig en effectief
Duurzaam textiel – hoe verder

(Visited 16 times, 1 visits today)