Kaders voor biozekerheid schieten tekort

Een nieuw peer-reviewed onderzoek waarschuwt ervoor dat ontsnapte insecten de natuurlijke populatie kunnen verdrijven, ziekten overdragen, plaatselijke landbouw aantasten, en lokale voedselpatronen kunnen veranderen. Onlangs kwamen per ongeluk nog een miljoen kakkerlakken vrij uit een Chinese insectenfabriek. En er is genetisch bewijs dat van een kwekerij ontsnapte vliegen hybridiseren met wilde populaties in Europa. De industrie schaalt snel op; de biologische beveiliging wordt door onderzoekers omschreven als gevaarlijk onvoldoende.

Een studie die recent werd gepubliceerd in het Journal of Applied Ecology waarschuwt ervoor dat gekweekte insecten ecologische tijdbommen kunnen zijn; ze kunnen natuurlijke soorten verdringen, ziekten overdragen, landbouwgewassen beschadigen, en plaatselijke voedselketens verstoren. De auteurs van de studie vinden dat dit gevaar een ‘wereldwijde beleidsprioriteit’ zou moeten vormen. Het kweken van insecten zou een van de kostbaarste mislukkingen kunnen herhalen. Van de schaaldieren die commercieel worden gekweekt zijn er nu 22 invasief, en 19 kunnen direct worden herleid tot kwekerijen. De geschatte schade sinds 1960 wordt geschat op meer dan $ 19 miljard.

Roep om onmiddellijke actie

Zwarte soldatenvlieg
Zwarte soldatenvlieg

De auteurs komen uit de Paris-Sarclay universiteit, het Natuurlijke Historie Museum van Frankrijk, en de Zweedse Landbouwuniversiteit. Ze roepen op tot onmiddellijke actie om soortgelijke niet te herstellen schade uit het kweken van insecten te voorkomen. Ze bevelen strikte protocollen aan, voortdurende intensieve monitoring van de omgeving om ontsnappingen te ontdekken, en krachtige (desnoods op te leggen) beleidsmaatregelen om biologische ontsnappingen te controleren. Doordat de meest gekweekte soorten (zwarte soldatenvlieg, gele meelworm, gewone krekel) al wereldwijd worden geteeld buiten hun oorspronkelijke verspreidingsgebied, is het nu tijd om in te grijpen.

Onderzoek door het Insect Institute gepubliceerd in Biological Reviews concludeert: als invasieve insecten worden ingevoerd buiten hun oorspronkelijke verspreidingsgebied, kunnen ze aanzienlijke ecologische schade veroorzaken. Hieronder vallen verdrijving van plaatselijke soorten (waardoor soorten uitsterven en de populatiedynamiek verandert door predatie), verdrijving, overbrenging van ziektes en hybridisatie. De nieuwe studie, ‘Preventing the next invasion: Lessons from aquaculture for the safe expansion of insect farming,’ geeft daarmee een flinke waarschuwing af aan beleidsmakers en het publiek. Volgens het onderzoek is er momenteel ‘veel te weinig regulering’ van insectenkwekerijen.

Er zijn al ontsnappingen van insecten

Het kweken van insecten wordt tegenwoordig vaak voorgesteld als een schoon alternatief tot het houden van landbouwhuisdieren, met laag risico; de studie laat echter zien dat er al ontsnappingen uit insectenkwekerijen hebben plaats gevonden. In een typisch voorbeeld zijn ongeveer een miljoen kakkerlakken per ongeluk ontsnapt uit een medicinale kwekerij in China. En al eerder gaf een onderzoek aan dat genetische hybridisatie plaats vindt ‘tussen genetische lijnen die weinig voorkomen in Europa, waarschijnlijk als gevolg van ontsnapte vliegen uit kwekerijen.’

De auteurs zijn van mening dat de afwezigheid van gedocumenteerde ecologische gevolgen van het houden van insecten waarschijnlijk voortkomt uit een gebrek aan ecologisch onderzoek in deze sector, en niet uit afwezigheid van risico. En naarmate de industrie groter wordt, wordt de waarschijnlijkheid van ontsnappingen (met hun gevolgen) veel groter.

Lessen uit de aquacultuur: wat kun je beter niet doen?

Het onderzoek trekt een vergelijking tussen het houden van insecten en aquacultuur (vooral het houden van schaaldieren) als een taxonomisch analoog met een goed gedocumenteerde geschiedenis van besmetting. De vergelijking stemt tot bescheidenheid. Van de momenteel 63 gekweekte schaaldieren zijn er 22 besmet, en 19 daarvan waren een direct gevolg van de kweek. Deze invasieve soorten hebben een geschatte schade van USD $19,2 miljard, veroorzaakt tussen 1960 en 2020. Waarvan vier soorten een geschatte schade hebben veroorzaakt van $734 miljoen tussen 2000 en 2018.

In de praktijk omvat dit schade door de zilverkarper (op sportvispopulaties), tilapia die heeft bijgedragen tot instorting van lokale aquacultuursystemen, en rivierkreeftsoorten die water-infrastructuur hebben beschadigd en aanzienlijke oogstverliezen hebben veroorzaakt bij sojabonen en rijst. Dit zijn geen hypothetische scenario’s; het zijn goed gedocumenteerde kostbare gevolgen van een periode van snelle uitbreiding van aquacultuur.

De sector van het telen van insecten heeft enkele structurele risicofactoren gemeen met aquacultuur: soorten worden geselecteerd op snelle groei, hoge vruchtbaarheid en goede weerstand tegen veranderende omstandigheden – trekken die ook beslissend zijn voor het invasieve potentieel. Veel commercieel geteelde insectensoorten, waaronder de zwarte soldatenvlieg, de gele meelworm en de krekel, worden nu wereldwijd geteeld, vaak ver van hun oorspronkelijke habitats.

Er zijn goed gedocumenteerde kosten verbonden met inactiviteit

Invasieve insecten brengen al hoge kosten met zich mee in andere sectoren: insecten hebben een geschatte economische schade toegebracht van $ 441 miljard tussen 1960 en 2020. De kleine meelworm – een van de meest gekweekte insectensoorten – is al een serieuze bedreiging voor kippenfarms; hij beschadigt infrastructuur en vervuilt voedselketens.

Het onderzoek maakt duidelijk dat controle kostbaar en vaak onmogelijk is, als een invasieve soort zich eenmaal heeft gevestigd. Invasieve geleedpotigen kunnen moeilijk worden ontdekt door hun kleine formaat en mobiliteit; en chemische of biologische maatregelen brengen vaak hun eigen risico’s mee. Er ligt enige tijd tussen introductie en ontdekking; daardoor kan er al aanzienlijke schade zijn aangericht als het probleem wordt ontdekt.

Een kritiek moment: waarom beleidsmakers nu moeten handelen

De auteurs stellen dat dit een ‘kritiek moment’ is voor de teeltindustrie – een waarin proactief handelen nog de situatie van aquacultuur kan voorkomen. Zij vinden dat de middelen om te handelen al beschikbaar zijn en direct kunnen worden toegepast. Het onderzoek wijst vooral op de situatie ten zuiden van de evenaar, waar de meeste insecten worden gegeten en de bedreiging voor de voedselvoorraad het grootst is – maar waar passende maatregelen vaak ontbreken. Het daar verantwoord kweken van niet-inheemse insecten moet worden beschouwd als van wereldbelang.

De auteurs concluderen dat ‘het voorkomen van invasies niet alleen uitvoerbaar is, maar noodzakelijk om de rechtvaardiging en milieu-integriteit van deze opkomende industrie in stand te houden…. Het houden van insecten staat nu op een kruispunt. De zinvolle bijdrage aan de Duurzame Ontwikkelingsdoelen moet niet worden bereikt ten koste van biodiversiteit en de gezondheid van ecosystemen. Met historisch inzicht en bewezen beheersings-strategieën kan de sector een andere weg inslaan.’

Manfrini, E., Courchamp, F., Leroy, B., & Berggren, Å. (2026). Preventing the next invasion: Lessons from aquaculture for the safe expansion of insect farming. Journal of Applied Ecology. https://doi.org/10.1111/1365-2664.70311

 

(Visited 9 times, 1 visits today)