Toppen van de VN werken

Veel mensen zijn cynisch over het jaarlijkse circus van klimaatonderhandelingen dat plaats vindt tijdens de ‘CoP’ – de conferentie van de VN over het klimaatverdrag. Toppen, zo klagen de critici, zijn te groot en bureaucratisch, en ze vorderen traag. Na drie decennia van jaarlijkse conferenties stijgt de uitstoot nog steeds. Faalt het proces?

Successen

Maar deze kritiek schiet naast het doel. De uitstoot groeit veel minder dan het geval zou zijn zonder bemoeienis van de VN. In 2009 waarschuwden klimaatdeskundigen dat de wereld tot 6oC zou opwarmen als landen hun uitstoot niet zouden terugbrengen. Vandaag schat de VN dat zonder aanvullend beleid de wereld nog ongeveer 2,5oC opwarmt. Deze voortdurende daling is er gekomen doordat de wereld reageert op klimaatopwarming, anders dan veel mensen denken. De afgelopen 15 jaar zijn de kosten van duurzame energie (vooral zon en wind) dramatisch gedaald, wat heeft geleid tot een verbazingwekkende groei. Dit jaar of volgend jaar gaat duurzame energie meer elektriciteit opwekken dan steenkool, voor het eerst. Dezelfde snelle verandering vindt plaats met elektrische auto’s – nu is meer dan een vijfde van de verkopen elektrisch.

Skeptici zeggen dat dit komt door technologische vernieuwing, niet door VN-conferenties. Maar innovatie gebeurt niet ‘zomaar’: hij wordt aangedreven door politiek die hem betaalbaar maakt. De afgelopen 20 jaar hebben regeringen overal ter wereld beter brandstofgebruik voorgeschreven, net als doelstellingen voor duurzame energie en subsidies om nieuwe technologieën te bevorderen. En de prijzen zijn gedaald – vooral vanaf het moment waarop China massaal groene technologieën ging produceren. De doelstellingen kunnen nog scherper, wat de kosten verder zal doen dalen. Een positieve terugkoppeling: beleid bevordert innovatie, en ook omgekeerd.

De stille kracht van het akkoord van Parijs

Daarom doet het VN klimaatproces ertoe. Het akkoord van Parijs verplicht elk land tot het maken van steeds striktere klimaateisen, elke vijf jaar. Zonder dit gecoördineerde internationale verdrag was er weinig kans geweest dat zoveel landen – met verschillende politieke beleidscycli en economische omstandigheden – samen in dezelfde richting hadden bewogen. Deze wereldwijde instemming drijft de groei aan van lage-koolstof markten.

Maar, zo zeggen critici, nationale plannen zijn niet voldoende. Rond 2,5oC opwarming is misschien beter dan 6oC, maar nog altijd catastrofaal. En het is waar: het akkoord van Parijs bevat een fundamentele (hoewel politiek noodzakelijke) tekortkoming: het formuleert een wereldwijde temperatuurlimiet, maar laat het dan aan elk land om te bepalen wat ze eraan zullen doen. Tellen we de nationale beloftes bij elkaar op, dan komen we nog niet op het doel van 1,5oC-2oC. De ‘emissiekloof’ die daaruit blijkt, lijkt de critici gelijk te geven.

Te haastig

Maar die conclusie is te haastig. De nationale beloftes, bekend staand onder de naam ‘nationaal bepaalde bijdragen’ (NDC’s) zijn geen voorspellingen. Bij een wettelijk bindend akkoord willen landen geen doelstellingen formuleren die door onverwachte omstandigheden kunnen worden overschreden. Maar veel landen, waaronder China, zien deze NDC’s als basis, niet als voorspelling – een politieke vaststelling van een minimumverplichting. De nieuwe NDC van China bewijst dat. Veel commentatoren noemden deze ‘teleurstellend’. Maar bij zijn aankondiging zei president Xi Jinping letterlijk dat het land zou proberen het beter te doen dan zijn doelstellingen. En hun prestatie over de afgelopen 15 jaar laat precies dat zien.

Nòg een reden voor optimisme is dat ontwikkelingslanden nog steeds niet weten hoeveel financiële steun zij zullen ontvangen. Maar dat zal de komende paar jaar duidelijker worden. Bij de CoP30 zullen Brazilië en de gastheer van vorig jaar Azerbeidzjan een plan indienen geheten ‘Baku to Belém Roadmap’, een plan om US$1.3 triljoen per jaar vrij te maken aan internationale klimaatgelden. Als ook maar een deel hiervan wordt gehaald, zullen veel opkomende economieën hun emissies sneller kunnen terugdringen (waardoor zij meer doen aan klimaatverandering) dan de huidige plannen suggereren.

De toppen hebben hun taak verricht

Uiteindelijk vindt klimaatactie steeds meer plaats buiten de formele onderhandelingen. Voortgang bestaat meer uit toepassing dan uit het onderhandelen over nieuwe regels. Daarom heeft Brazilië CoP 30 omschreven als de ‘CoP van toepassing’, met het zicht op de ‘werkelijke wereld’ van economische ontwikkeling, bestrijding van armoede, groene technologieën en investerings-financiering. Waarschijnlijk worden op de conferentie aankondigingen gedaan van grote nieuwe initiatieven op het terrein van (onder andere) bescherming van het tropisch regenwoud, duurzame brandstoffen, duurzame landbouw, koolstofmarkten, methaanemissies, bestrijding van bosbranden, digitale publieke infrastructuur, betastingen op vliegtickets en financiering van overgangsmaatregelen. Bij hun kritiek op de vele mensen op de toppen vergeten critici dat veel vertegenwoordigers belang hebben bij deze en andere oplossingen van klimaatverandering.

De klimaatactie komt in een nieuw krachtenveld. Brazilië en anderen hopen dat deze grote klimaattoppen meer zullen gaan over zulke sectorale en financiële initiatieven dan over onderhandelingen over steeds meer gedetailleerde VN-regels. En dat is precies waarvoor dit internationale raamwerk was bedoeld: ter bemoediging van steeds grotere ambities, coördinatie en toepasbaarheid.

Veel problemen tegelijkertijd

In 2015 was het akkoord van Parijs geen uitgemaakte zaak. Klimaatverandering is niet één probleem maar een samenstel van overlappende moeilijkheden – vanaf het formaat van het probleem om opwarming van de Aarde tegen te gaan tot de enorme verschillen in mogelijkheden van landen om er iets aan te doen, en de toenemende ernst van verwoestende overstromingen, natuurbranden en stijgende zeespiegels. Het Akkoord van Parijs was bedoeld om samenwerking tot stand te brengen – wat het deed ook. Door de VN bracht het alle 195 landen samen bij het maken van een wereldwijd raamwerk, een triomf van multilateralisme. Maar het bereiken van samenwerking is het begin, niet het eind van wereldwijde samenwerking op dit gebied.

Geen valse zelfvoldaanheid

We kunnen niet zelfvoldaan zijn. Nu de VS zich terugtrekken uit het Akkoord van Parijs, maakt zijn president zich op om tegenmaatregelen te nemen: fossiele brandstoffen bevorederen, duurzame bronnen ondermijnen. Wereldwijd klimaatbeleid is een arena geworden van elkaar bestrijdende visies op de toekomst van energie en industrie; een strijd die nu wordt gevoerd binnen nationale overheden en bestuurstafels van bedrijven, als in de corridors van de VN.

Het lijdt geen twijfel dat de schone energietransitie daadwerkelijk plaats vindt. Maar het tempo – en daarmee de vraag in hoeverre opwarming van de Aarde kan worden vertraagd – hangt af van het vertrouwen van bedrijven dat dit proces doorgaat. Het ondergraven van dat vertrouwen door VN-conferenties als nutteloos te betitelen, zoals Trump doet, dreigt dit proces te vertragen. Regeringen moeten vasthouden aan hun klimaatdoelstellingen, zodat groene investeringen en innovaties winstgevend blijven.

Interessant? Lees dan ook:
Klimaatverandering: de tijd raakt op
Een gevaarlijke nieuwe fase van klimaatverandering?
Een plantaardig dieet zou een groot klimaateffect hebben

(Visited 19 times, 1 visits today)