Coöperatief bankieren in de biobased economy – maar zonder de Rabobank?

Arme Rabobank! Potentieel is zij een van de belangrijkste financiers van de biobased economy. Maar de bank zal toch geen afscheid moeten nemen van het coöperatief bankieren, net nu de biobased economy dit nodig lijkt te hebben? Het coöperatief bankieren had de bank groot gemaakt; Rabo had nog maar enkele jaren geleden als enige particuliere bank ter wereld een AAA status bij kredietbeoordelaars. Het kwam tamelijk ongeschonden de bankencrisis door. Maar financiële autoriteiten zonder enig gevoel voor het coöperatieve bedrijfsmodel dwongen de bank, een bank als alle andere te worden. Die reorganisatie is nu halverwege.

Rabobank headquarters Utrecht
Rabobank hoofdkantoor Utrecht

De kracht en de zwakte van de regionale organisatie

Rabobank is de tweede bank van Nederland en de 29e van de wereld, inmiddels werkzaam in ongeveer 50 landen. Ontstaan in 1972 door een fusie van de Raiffeisenbank en de Boerenleenbank, is Rabo door de jaren heen de grootste financier geweest van de succesvolle Nederlandse land- en tuinbouw. Daarnaast heeft de Rabobank de grootste hypotheekportefeuille van het land. In 2014 was de winst van de hele organisatie € 1,8 miljard bij een liquiditeitsbuffer van € 80 miljard. Rabo was altijd een coöperatieve bank, zonder aandeelhouders. Het zwaartepunt lag altijd bij de lokale (zelfstandige) Rabobanken, met een eigen bestuur, gecontroleerd door de plaatselijke leden, veelal boeren en middelgrote ondernemers.

Maar de bankencrisis van 2008 maakte de financiële autoriteiten alert op risico’s. Bij Rabo lagen die juist in deze decentrale structuur. De lokale banken, zo oordeelden DNB en AFM, schoten veelal te kort in hun administratie waardoor de centrale Rabo-organisatie hun risico’s niet goed kon inschatten. Kredieten, zo vonden zij, werden te veel verleend op basis van goed vertrouwen en een jarenlange klantrelatie en niet op grond van objectieve criteria. In 2010 kreeg de Rabobank hiervoor boetes van AFM. En de toezichthouders bleven waarschuwen voor het ontbreken van goed toezicht op lokaal niveau. In 2012 dreigde DNB dreigt met een aanwijzing, een unieke maatregel. In de machtsstrijd tussen de lokale banken en de centrale organisatie was dit het beslissende zetje. Vanaf dat moment werden de bordjes verhangen. De Rabo-organisatie nam Visie 2016 aan, momenteel in uitvoering, dat de macht grotendeels bij het hoofdkantoor in Utrecht legt.

Dutch agriculture
Rabobank is de belangrijkste financier van de succesvolle Nederlandse landbouw

Het verdwijnen van persoonlijk contact

Het contact tussen Rabobank en klant verandert radicaal. Van tijd tot tijd komen er verhalen over in de pers, voldoende om te weten dat het hier om een structureel en landelijk verschijnsel gaat. Langdurige klanten krijgen ineens geen krediet meer, gaan er soms door failliet. Soms stemt de lokale bank wel in met een krediet maar haalt de centrale organisatie er een streep door. Sommige krantenartikelen maken gewag van een groot verloop onder lokale medewerkers. De nieuwkomers zijn zonder uitzondering minder ervaren, en maken voor hun ondersteuning gebruik van gestandaardiseerde berekeningen die meer geschikt zijn voor het analyseren van bedrijfstakken dan van individuele bedrijven. Bedrijven kunnen al onder de streep belanden door stijging van de grondprijzen of schommeling van prijzen op de wereldmarkt. Waar vroeger één slecht jaar werd beschouwd als aanvaardbaar risico van agrarische bedrijven, lijkt dit tegenwoordig een reden om langlopende relaties in te krimpen of te beëindigen.

‘De Rabobank stond vele decennia bekend om de kracht op lokaal niveau,’ zegt een oud-bankier tegen de Nederlandse onderzoeksite Follow the Money. ‘De typische sterkte van een coöperatieve bank. Maar het persoonlijke contact van de plaatselijke bankier met zijn klant is heel snel aan het verdwijnen. Tegenwoordig decreteert het hoofdkantoor in Utrecht. De Rabobank is eigenlijk alleen nog in naam een coöperatie.’ ‘Rabo wordt een franchise, net als McDonald’s,’ zegt een ander.

Rabobank Alblasserdam
Rabobank Alblasserdam (gesloten per 31 Maart 2015)

Bankieren in de biobased economy

En dan nu de biobased economy en zijn financieringsbehoefte. Iedereen die daarover nadenkt, komt tot de conclusie dat de biobased economy regionale zwaartepunten zal hebben, afhankelijk van de lokale gewassen en hun verwerkings-mogelijkheden. In de biobased economy zal de groene grondstoffen verwerkende industrie, net als nu de petrochemische industrie, elk koolstofatoom moeten benutten, zowel om economische als ecologische redenen. Daardoor zal zich een ring van zeer diverse industrieën rond het boerenbedrijf gaan vormen. Daarbij past een regionale financiering, gebaseerd op kennis van de plaatselijke agrarische sector. Met andere woorden: het model waarvan de Rabobank momenteel afscheid lijkt te nemen. Misschien is de Rabo-organisatie het point of no return al gepasseerd; misschien zijn er al zó veel medewerkers van andere banken (vooral ABN/AMRO dat door diepe dalen ging) binnengekomen dat het coöperatieve DNA danig is verzwakt. Misschien is de biobased economy nog zó rudimentair dat zijn toekomstperspectief niet opweegt tegen de kracht van zwaargewichten als DNB en AFM. Maar voor een bank die zijn kracht juist altijd in deze sector vond, lijkt dit toch een gemiste kans. Wat niet wegneemt dat Rabo nog altijd, zijn missie indachtig van bank voor de agrarische sector, een van de meest actieve banken op dit gebied in Noordwest Europa is.

Intussen heeft zich al wel een alternatief aangediend: de kredietunie, een herleving van de coöperatieve gedachte waarmee Raiffeisen ruim honderd jaar geleden begon. ‘Een kredietunie,’ zegt de site dekredietunie.nl, ‘is een coöperatie van MKB-ondernemers die via een gemeenschappelijke kas geldmiddelen ter beschikking stellen en MKB-ondernemers die geld lenen uit deze kas. Kredietgevende leden fungeren als coach voor ervaren of beginnende collega-ondernemers, de kredietnemers. Zij zetten zich in voor het succes van de ondernemer en vergroten daarmee de kans op welslagen. Een kredietunie bevordert de onderlinge solidariteit tussen kredietgevers en kredietnemers, heeft geen winstoogmerk en is op democratische leest geschoeid.’ Er zijn in Nederland nu 151 kredietunies opgericht of in oprichting, deels namens brancheorganisaties, deels op regionale basis. Een CDA-PvdA wetsvoorstel om kredietunies een wettelijke basis te geven, is in behandeling bij het parlement. ‘In het buitenland is deze wijze van financieren reeds zeer gebruikelijk,’ zegt dekredietunie.nl. ‘Zo wordt in Canada naar schatting 15% van de MKB-financieringen door kredietunies verstrekt, in de VS is dit 6% en ook in een aantal Europese landen zijn kredietunies inmiddels een bekend fenomeen.’ Bijvoorbeeld in Ierland.

rabobankKan Rabobank zijn natuurlijke rol nog vervullen?

Een boek over kredietunies stelt: ‘Kredietunies verminderen de asymmetrie in kennis die meestal beslissingen rond kredietverlening kenmerken; daardoor zijn zij in staat, leningen te verstrekken waar andere financiële instellingen dat niet kunnen doen’ (1). Door nieuwe regels voor kredietverlening, en de manier waarop banken daarop hebben gereageerd, is het steeds moeilijker geworden om leningen tot € 250.000 te krijgen. Kredietunies springen in dat gat. En gaan daarmee een belangrijke rol spelen in de biobased economy.

Kan Rabobank zijn natuurlijke rol nog naar zich toe trekken? Rabo is nog altijd veel meer regionaal georganiseerd dan andere banken. De schaalvergroting van de afgelopen jaren, door fusies van lokale banken, maken de Rabobank misschien juist beter geschikt voor de biobased economy, waarvan het zwaartepunt niet rond de kerktoren maar op het niveau van regio’s zal liggen. Zo lang Rabo niet alle macht overbrengt naar de centrale organisatie maar de regionale banken een vorm van zelfstandigheid laat, kan de bank de rol van aanjager op dit gebied blijven vervullen. Toewerken naar een moderne tussenvorm tussen centraal en regionaal met behoud van de coöperatie, dat lijkt ons het parool. Misschien behoort dan zelfs ook aansluiting bij, of samenwerking met lokale kredietunies tot de mogelijkheden.

(1) An investigation into the link between Credit Union Characteristics, Location and their success, Ann-Marie Ward and Donal G. MCkillop, Cirec 2005. Blackwell Publishing Ltd.

(Visited 1 times, 1 visits today)

Plaats een reactie