Overheidsbestedingen: de verborgen aanjager van de EU bio-economie

Overheidsbestedingen zouden de Europese groene en circulaire economie grondig kunnen veranderen; en bovendien het EU-beleid als geheel. Publieke organen hebben veel koopkracht, wat hen een unieke kans geeft om producenten de benodigde schaal te geven. Nederlandse en Franse overheden zijn voortrekkers van duurzaam inkopen; dit kan de Europese veiligheidsagenda een steun in de rug geven.

Zonnepanelen

Het Franse bestedingsmodel slaat aan

De afgelopen vijf jaar heeft de Franse regering een nieuwe hoeveelheid wetten gepubliceerd die meer duurzaam inkopen door overheden stimuleren. Zoals de anti-afvalwet voor een circulaire economie (AGEC) waarvan artikel 58 ervoor zorgt dat kopers goederen kopen met 20-100% gerecyclede inhoud. Een toevoeging uit 2021 bepaalt de 17 productcategorieën waarop de wet betrekking heeft, van kleding tot inktpatronen.

Intussen heeft het Nationale Plan voor Duurzame Inkoop (PNAD) bepaald dat staat, lokale autoriteiten, ziekenhuizen en het bedrijfsleven ervoor moeten zorgen dat er in 2025 tenminste één milieuoverweging leidend is bij 100% van de contracten. Daartoe moeten gegevens worden bijgehouden. Overheidsorganen moeten rapporteren aan het overheidsbureau voor openbare aankopen en laten zien hoeveel van hun budget wordt besteed aan duurzaam inkopen.

Samen vormen deze wetten een raamwerk waarmee regeringen het vergroenen van contracten kunnen regelen. Andere EU-landen, vooral Noorwegen, Denemarken en Nederland, bewegen ook naar duurzaam inkopen. Deze landen hebben onderkend dat openbare aankopen een krachtig economisch middel vormen, essentieel bij het opschalen van nieuwe industrieën met lage koolstofuitstoot.

Voorbij de prijs

Het principe van duurzaam inkopen is eenvoudig maar krachtig. Overheden kopen niet alleen goederen en diensten tegen de laagste prijs, maar juist artikelen die op lange termijn de grootste milieu- en economische voordelen geven.

Weliswaar kost het kopen van composteerbare materialen vaak meer voor de autoriteiten. Maar op den duur kan het gebruik van deze materialen voordelen bieden, veel groter dan de kosten in geld. Zoals het beschermen van biodiversiteit, het voorkomen van vervuiling met microplastics, het stimuleren van groene industrieën en het als land halen van de doelstellingen voor ontkoling.

De vraag moet gegarandeerd zijn

Waarom zijn zulke overheidsaankopen belangrijk bij het halen van biobased en circulaire doelstellingen? Hiermee kan de overheid de vraag betrouwbaar sturen. Er zijn momenteel duizenden groene of circulaire materialen die fossiele plastics kunnen vervangen, in bijna alle toepassingen. In het algemeen bevatten ze minder koolstof, en gebruiken ze minder grondstof. Toch hebben deze materialen een laag marktaandeel. De redenen daarvoor zijn eenvoudig: fossiele chemicaliën zijn nog altijd het goedkoopst – hoewel het minst duurzaam. Dankzij een eeuw (of meer) aan subsidies, gewoontes bij het bouwen van infrastructuur en de omvang van fossiele leveringsketens.

Willen biomaterialen op prijs concurreren met materialen uit fossiele brandstoffen, dan moeten producenten er meer gebruik van maken. Dit is de dynamiek van industrieel opschalen: het maken van meer goederen betekent dat de kosten van elk product daalt. Toch moeten producenten weten dat er vraag zal zijn, voordat zij investeren in massaproductie. Zonder dat gegeven zijn ze er niet zeker van dat zij hun investering terug zullen verdienen. Afnameovereenkomsten zijn een oplossing voor deze onzekerheid. Dan weet de producent zeker dat de klant een zeker volume van hem zal afnemen, zelfs voordat dit echt is geproduceerd. Hierdoor krijgt de maker van biobased producten zekerheid dat zij in uitbreiding kunnen investeren.

De vergeten aanjager van de vraag

Meestal zijn privébedrijven betrokken bij afnames. Toch kunnen overheden en openbare bedrijven net zulke zekerheden bieden aan producenten. Overheden zijn grote kopers. In Frankrijk was in 2021 het niveau van overheidsaankopen 8% van het BNP; meer dan 61% van deze contracten ging naar kleine en middelgrote bedrijven.

In Nederland besteedt de overheid elk jaar rond €116 miljard aan werk, diensten en leveringen; dit geeft het de mogelijkheid om nationale leveringsketens te verduurzamen. Met andere woorden: via duurzaam inkopen kunnen autoriteiten zelf de markt voor circulaire en groene productie vormen, op een manier die lange-termijn zekerheid geeft aan de industrie.

Hoeveel overheidsaankopen zijn er?

32 van de 34 OESO-landen rapporteerden in een recent onderzoek dat ze een nationaal inkoopbeleid hebben. 81% zei dat overheidsinkopen een van de middelen is om klimaatdoeleinden te halen. Maar het is hieruit niet helemaal duidelijk, hoezeer overheden hieraan bijdragen. Onderzoekers kunnen kijken naar aanbestedingen van overheden. Maar er zijn geen duidelijke indicatoren van het belang van duurzaamheid bij aankopen. En er bestaat bovendien onduidelijkheid over overheidsbestedingen, zelfs in Europese landen.

Toch zijn er aanwijzingen dat duurzaam inkopen in sommige landen vaste voet aan de grond heeft. Een tekstanalyse uit 2021 van 1 miljoen openbare contracten in Europa concludeerde dat Noorwegen, Frankrijk en Denemarken leidden in duurzaam inkopen, met Frankrijk als het land dat criteria anders dan prijs het zwaarst liet wegen.

Publieke opinie

De houding van het publiek speelt ook een rol. Een onderzoek uit mei 2025 suggereerde dat meer dan de helft van Italianen, Duitsers, Britten, Fransen en Spanjaarden de overheidsaankopen van duurzame producten steunde, zelfs als onduurzame alternatieven goedkoper waren. Toch is er nog een lange weg te gaan voordat duurzaam inkopen de norm wordt. Momenteel wordt meer dan 60% van de contracten in de EU gegund alleen op basis van prijs, zonder overwegingen van lange-termijn milieukosten.

Per land verschilt de mate waarin inkopen worden gedaan op basis van prijs. Waarschijnlijk ligt dit op 10 procent voor Frankrijk en Kroatië, waar duurzaam inkopen vaker voorkomt, tot hoger dan 90 procent in Cyprus en Slowakije, waar dit minder vaak voorkomt.

Nederland: gecoördineerd inkopen

Het duurzaam beheren van budgetten hangt af van specialistische kennis. Kennis van milieuwetenschap, kostprijsverhoudingen, wetgeving en het recht zijn allemaal nodig bij het omvormen van oude contracten gebaseerd op prijs, naar nieuwe gebaseerd op invloed op langere termijn.

Hierdoor is het vormen van een professioneel team de eerste stap naar het maken van groenere inkoopbeslissingen. Nederland werkt aan het ontwikkelen van betere inkoopmethoden met het opzetten van PIANOo (het Nederlandse centrum voor duurzaam inkopen), een groep die in de hele overheid zorgt voor een goede aanbesteding. Alleen al het bestaan van een groene inkooporganisatie laat zien hoe toegewijd de Nederlandse regering geweest is bij haar groene en circulaire aankopen. Net zo toegewijd is Nederland bij het bepalen van industriële groeidoelstellingen.

Bouwmaterialen

Bouwmaterialen zijn special van belang bij het halen van groene en circulaire doelstellingen. Een strategische keuze uit het perspectief van duurzaamheid. De bouw kan niet goed worden ontkoold, doordat de sector niet gemakkelijk kan worden geëlektrificeerd – terwijl het opschalen van groene en circulaire bouwmaterialen de meest effectieve manier is om de uitstoot van kooldioxide terug te dringen.

Het Nederlandse Plan van Aanpak voor biobased bouwen werd in 2023 gelanceerd; het stelt tot doel dat in 2030 tenminste 30% van de nieuwe woningen dient te bestaan uit tenminste 30% biobased (groene) materialen. Het plan is inclusief een budget van €200 miljoen om de vraag uit de sector te stimuleren. Het behalen van zulke ambitieuze doelstellingen zal in de hele sector worden gevoeld. Het maakt nauwe samenwerking tussen publieke en private partijen nodig. Het doel is dat de overheid nauw gaat samenwerken met privésectoren als boeren, verwerkers en bouwbedrijven, om de capaciteit te vergroten en duurzame materialen te integreren.

Andere ministeries spelen ook een rol bij dit ondersteunen van ‘groene’ bouw. Het ministerie van Verkeer en Waterstaat experimenteert met het bouwen van een viaduct met hergebruikte elementen. Het ontwikkelt ook asfalt voor wegen met groene elementen, waardoor het fossiele aandeel van dit essentiële infrastructuur-materiaal daalt. Intussen werkt het Ministerie van Defensie aan het hergebruik van oude onderdelen van militaire voertuigen.

Groen inkopen en de veiligheid van de EU

De EU probeert duurzaam inkopen te stimuleren. Zoals door het publiceren van criteria anders dan prijs voor publieke aankopen. Hierdoor zou Europa-breed duidelijkheid en consistentie moeten ontstaan bij het duurzaam aanbesteden van publieke contracten.

Andere bepalingen van belang zijn de herziening van de regels voor publieke aankopen uit 2014 – die belooft verplichte duurzaamheidscriteria te specificeren voor sommige contracten – en het in het leven roepen van een centrum voor kritische grondstoffen. Duurzaam inkopen gaat helemaal over het wegleiden van kosten op korte termijn naar overwegingen op langere termijn. Dit komt overeen met een verschuiving in de EU naar militaire autonomie en economische onafhankelijkheid. Tegenwoordig wil de EU zich onafhankelijker maken van geopolitieke en klimaat-instabiliteit. Hiervoor is een regionale industrie nodig; een die probeert invoer te beperken en de concurrentiekracht te vergroten in nieuwe fossielvrije industrieën.

Grondstofzekerheid wordt steeds belangrijker in de planning van de EU. Verwacht daarom meer inkoopbeleid waarmee regionaal biobased en circulair vermogen wordt gestimuleerd.

Interessant? Lees dan ook:
Koloniale instincten, misvattingen over medicijnen uit Azië. Deel 1: grote thuismarkten
Koloniale instincten, misvattingen over medicijnen uit Azië. Deel 2: De sprong naar export
Vormt vaccinatie van planten een alternatief voor pesticiden?

(Visited 23 times, 1 visits today)