Soms zijn plassen klein, maar hun invloed is enorm. Geograaf Lucy Clarke zegt dat zij ‘veel belangrijker zijn dan hun omvang doet vermoeden’. En door klimaatverandering worden deze kleine watertjes steeds belangrijker. Hoewel in Groot-Brittannië in een eeuw tijd meer dan de helft is verdwenen.
De gemiddelde afstand tussen meertjes is 25 meter groter geworden tussen 1900 en 2019. Dat is ver, voor de bewoners. Clarke noteert dat dit een wereldwijde trend is. Op boerderijen worden ‘niet-productieve’ meertjes gevuld, zodat er tractor-vriendelijke velden met betere afwatering ontstaan; ook worden bij stadsuitbreidingen meertjes gevuld voor wegen, huizen en verhardingen. Clarke zegt dat meertjes ons beschermen tegen klimaatschommelingen doordat ze werken als natuurlijke sponzen. ‘Bij zware regenval,’ zo schrijft ze, ‘remmen ze water af en slaan ze dit op zodat extremen worden voorkomen. Bij droogte slaan ze water op voor planten en dieren als beken opdrogen. Ze kunnen ook koolstof opslaan en vervuiling wegfilteren, zodat de waterkwaliteit beter wordt.’
Meertjes kunnen dit verbazingwekkend snel. Mike Jeffries, een ecoloog aan Northumbria Universiteit, heeft bodemmonsters geanalyseerd uit het Hauxley natuurgebied, een vogelreservaat aan de kust bij Newcastle. Hij vond dat de opslagsnelheid van koolstof ‘veel groter’ was dan in nabijgelegen gebieden zoals bos. Hoewel meertjes maar weinig ruimte innemen in Engeland – nog geen 0,0006% van het land – slaan ze toch de helft op van het veel grotere oppervlak grasland.
Leven in meertjes
Een paar jaar geleden begonnen onderzoekers te kijken naar kleine depressies in verder weinig opwindend land in Norfolk. Voor het ongetrainde oog leken deze op kleine verzakkingen – niets speciaals. Maar voor de Pond Restoration Group van UCL waren dit ‘spookmeertjes’ – vroegere meertjes die in de laatste 50 tot 150 jaar waren gevuld om landbouwgrond te leveren. Sommige waren voor het laatst genoteerd ten tijde van koningin Victoria. Maar toen het team drie spookmeertjes opgroef, vulden ze zich bijna direct met water – en toen gebeurde er iets ongelooflijks. Binnen zes maanden barstten ze ineens van leven. Planten die sinds de 19e eeuw niet waren gegroeid, begonnen te leven. Steenkruid, een groep algen kwetsbaar voor vervuiling, kwam opnieuw tevoorschijn. Alle drie spookmeertjes werden binnen zes maanden gekoloniseerd door inheemse plantensoorten.
Meertjes helpen steden af te koelen, ze helpen ons bij droogte, slaan koolstof op en bevatten unieke soorten. Bij stijgende temperaturen zijn dit cruciale functies. Maar in heet Groot-Brittannië verdwijnen meertjes geruisloos. Kaarten van rond 1900 laten zien hoeveel meertjes er toen waren. Tegenwoordig is meer dan de helft verdwenen, een verlies dat het leven van wilde dieren bedreigt, evenals ons vermogen om ons aan te passen aan een veranderend klimaat.
Klein
Misschien is dit verrassend – per slot van rekening zijn meertjes klein en onbetekenend. We praten wel over rivieren, reservoirs en moerassen, maar meertjes worden nauwelijks genoemd – toch zijn ze ecologisch van grote waarde. Ze slaan water op, ondersteunen de biodiversiteit en helpen bij het bufferen van natte en droge perioden. Het verlies van hen ondermijnt zowel de natuur, als ons vermogen om ons aan te passen aan natte en droge periodes. Het herstel van meertjes – oude en nieuwe, op het platteland en in de stad – is een van de eenvoudigste en meest effectieve stappen die we kunnen zetten. Elk meertje telt, op boerderijen en in tuinen. Samen vormen zij netwerken, nodig voor het wild; en ze maken onze landschappen resistenter tegen klimaatverandering.
Meertjes betekenen kortom veel meer dan een aangenaam landschapselement. Ze verbinden habitats, stimuleren biodiversiteit en versterken klimaatbestendigheid. Hun herstel is een praktische en goedkope oplossing die begint met iets simpels als water toevoegen. Voor het wild zijn meertjes vitale ecosystemen, ze ondersteunen veel meer dan het waterleven. Ze verschaffen water, voedsel en leefgebieden voor bevruchtende insecten, vogels, vleermuizen en andere zoogdieren. Voor amfibieën als kikkers en watersalamanders zijn meertjes dichtbij essentieel om tussen te bewegen. Het verlies van zo’n meertjesnetwerk betekent dat soorten gaan verdwijnen.
Ze verdwijnen
De gevolgen zijn veel groter dan verlies aan biodiversiteit. Meertjes fungeren als natuurlijke buffers tegen klimaatextremen. Ze gedragen zich als natuurlijke sponzen. Bij zware regenval remmen zij water af en slaan dit op, zodat zij vloedstromen verminderen. Bij droogte slaan ze water op voor planten en dieren, als er niet meer genoeg water is voor in de beken.
Meertjes kunnen ook koolstof opslaan en vervuiling wegfilteren, waardoor de waterkwaliteit verbetert. Ze verbinden leefgebieden, bevorderen biodiversiteit en versterken klimaat-onafhankelijkheid. Hun herstel is een praktische oplossing die weinig kost, hij begint met iets simpels als het toevoegen van water. Toch kunnen we de afname van meertjes overal zien – aangedreven door veranderingen in de landbouw en de groei van steden.
Meertjes herstellen
De eerste stap bestaat uit kennis: waar zijn meertjes, waar ontbreken ze. Het in kaart brengen van de bestaande meertjes laat de lege plekken zien, en helpt ons habitats te verbinden en een gezond netwerk van meertjes te vormen. Historische kaarten laten verloren gegane meertjes zien, die mogelijk kunnen worden hersteld. Veel meertjes leven nog ondergronds door. Het is verbazingwekkend effectief, deze weer op te graven en te herstellen. Zaden die tientallen jaren hebben ‘geslapen’ kunnen terugkeren met het water; planten waarvan men dacht dat ze lokaal waren uitgestorven komen terug. In Norfolk werken boeren en natuurbeschermers samen; ze graven veel ‘schaduwmeertjes’ uit, binnen een paar maanden is het leven er terug.
Maar je hebt niet eens een groot natuurherstelproject nodig om het verschil te maken. Een meertje in je achtertuin, zelfs van het formaat van een grote kom, kan kikkers, insecten en vogels aantrekken. Actiegroepen kunnen samen met gemeenteraden vergeten meren in parken, openbare tuinen of grasvelden weer tot leven wekken. Als je een tuin hebt, of zelfs maar een kruiwagen of grote pot, kun je helpen bij het herstel van een netwerk van meertjes.
Meertjes zijn een gemeenschappelijk leefgebied
Vaak worden meertjes niet genoemd in beschermings-strategieën die gericht zijn op grotere meren en rivieren. Dit is een ernstig tekort – meertjes zijn als habitat het meest voorkomend voor alle planten en dieren op alle continenten en eilanden, van Antarctica tot de tropen. Ze komen voor, geklemd tegen Alpine gletsjers of wachtend totdat het weer regent, diep in het tropisch regenwoud of midden in de stad. Ze zouden zelfs op Mars kunnen voorkomen.
In de laatste 20 jaar is er veel onderzoek geweest naar meertjes, in het VK geleid door de Freshwater Habitats Trust en, internationaal, het European Pond Conservation Network. Deze organisaties brengen onderzoekers en praktisch ingestelde mensen samen, om de biodiversiteit van meertjes te helpen bewaren. Hun werk heeft aangetoond dat meertjes hotspots van biodiversiteit zijn in het landschap, veel rijker dan in rivieren, stromen en meren; een tehuis voor veel zeldzame specialisten als feeën– en kikkervisjesgarnalen.
Meertjes zijn nuttig voor mensen: ze remmen het afstromende water af dat kan leiden tot overstromingen en ze dweilen een teveel aan voedingsstoffen op – een goed voorbeeld van het nut van ‘kleine meren’ die het landschap verlevendigen. Maar op wereldschaal kunnen meertjes ook nuttig zijn: door kooldioxide op te slaan en weer los te laten; gezien de intensiteit van geochemische processen en het enorme aantal meertjes op de wereld.
Opslag van kooldioxide in je achtertuin
Het meten van de snelheid waarmee meertjes koolstof kunnen opslaan is moeilijk, in de eerste plaats doordat de leeftijd ervan moeilijk te bepalen is. Om precieze metingen te krijgen van de snelheid van koolstofopslag gebruikten we een paar kleine plassen waarvan we de leeftijd exact kennen. Deze meertjes werden in 1994 uitgegraven in het Hauxley Nature Reserve in Noordoost Engeland. Oorspronkelijk bedoeld om de kolonisatie van planten en ongewervelden te meten.
Twintig jaar later hebben ze een laag sediment verzameld, donker en rijk aan organisch afval, duidelijk verschillend van de klei daaronder. We groeven al het sediment uit van sommige meertjes, om te meten hoeveel organische koolstof was opgeslagen. Dit werd geëxtrapoleerd naar alle meertjes, om het totale volume van het sediment te bepalen.
De depositiesnelheid van organische koolstof liep van 79 tot 247 gram/m2 per jaar, met een gemiddelde van 142 gram. Dit is hoog – veel hoger dan de 2-5 gram van het omringende bos- en grasland. Kleine meertjes vormen een klein deel van het oppervlak van het VK – nauwelijks 0,0006% – vergeleken met 36% grasland of 2,3% oud bos. Maar er wordt in deze meertjes wel de helft opgeslagen van het veel grotere oppervlak grasland.
Koolstofcyclus
Toch is de rol van meertjes in de koolstofcyclus ingewikkeld. Sommige meertjes stoten veel broeikasgassen uit; bijvoorbeeld de dooimeertjes in poolgebieden die zelfs meer koolstof produceren dan toendra’s. Onze meertjes kunnen zowel opnemen als produceren, naarmate ze opdrogen of opnieuw water opnemen. Toch hebben meertjes veel koolstof opgenomen in 20 jaar, waarbij ze ook plaats hebben geboden aan veel dieren en planten.
Veel meertjes hebben een ‘spookafdruk’ achtergelaten in het landschap – zichtbaar als natte depressies, stukken land met lage opbrengst, of met een andere kleur. Wij hebben kort geleden ontdekt dat deze ‘spookmeertjes’ niet echt verloren zijn gegaan, doordat ze zelfs onder intensief gebruikt land historische zaden bevatten die weer tot leven kunnen komen.
Deze spookplekken komen veel voor, maar werden tot nu toe over het hoofd gezien. Herstel zou natuurlijk meer meertjes betekenen, waardoor planten en dieren weer van meertje naar meertje kunnen springen en tot leven komen. Maar het grootste voordeel van een spookmeertje, vergeleken met een nieuw aangelegd exemplaar, is de historische zadenbank onder het oppervlak. Dit levert veel plaatselijke soorten waardoor het proces van kolonisatie wordt versneld, waarbij mogelijk verloren gegane populaties worden hersteld, of zelfs uitgestorven soorten weer tot leven komen.
Meertjes tegen klimaatverandering
De meertjes uit ons onderzoek waren aangelegd en kunnen worden benut voor de opslag van broeikasgassen uit de atmosfeer. Tot nu toe hebben we geconcludeerd dat meertjes dieper dan drie meter vooral lachgas opnemen, en dat een betere waterkwaliteit ook minder kooldioxide produceert.
We zijn van plan om aanleg- en beheeraanbevelingen te doen als we alle drie broeikasgassen hebben geanalyseerd. Daarmee kunnen landeigenaren koolstofcredits verdienen met hun land, terwijl ze ook wateropslag leveren en grondstoffen voor hun boerenbedrijf.
Interessant? Lees dan ook:
Koolstofopslag in de bodem
Bamboe, een materiaal met eindeloze mogelijkheden
Blauwe koolstof: een prima manier om kooldioxide op te slaan
