Storten, milieugevaarlijke chemicaliën, een groeiende voetafdruk en eindeloze consumptie. De moderne kledingindustrie heeft veel effect op de planeet. Maar de EU onderneemt actie. In oktober 2025 werd een nieuwe wet van kracht die het kostbaarder maakt voor producenten om onduurzame kleding te verkopen in Europa.
Verantwoordelijkheid van de producent
Volgens de wet moeten alle Europese lidstaten wetten opstellen waarmee producenten verantwoordelijk worden voor textiel en schoenen. Concreet betekent dit dat producenten van kleding een bedrag gaan betalen afhankelijk van de milieu-impact van hun producten. Hun duurzaamheid zal worden beoordeeld aan de hand van een tabel. Deze meet of een product reparabel en herbruikbaar is, en die ook de milieugevolgen van fabricage meeneemt.
Hiermee wil de EU niet alleen het afdanken beperken, maar alle milieu-invloeden meten over de hele productieketen. Lidstaten hebben 30 maanden de tijd na het van kracht worden van de wet om zulke tabellen op te stellen. Met het geld van de duurzaamheidsbelasting zullen worden betaald: inzameling, uitzoeken en geschikt maken van gebruikt textiel voor recycling of hergebruik.
Producent betaalt
De EU wil de verantwoordelijkheid voor de duurzaamheid van textielafval verschuiven van consument naar producent. Dit principe wordt Extended Producer Responsibility (‘EPR’) genoemd. Experts hebben dit al lang aanbevolen, om de enorme milieugevolgen van de mode te verminderen. De wet geeft een duidelijk signaal voor het maken van meer duurzame producten. Producenten van groenere producten zullen zo beter kunnen concurreren op de markt.
De wet bevordert de ontwikkeling van alternatieven. Met het geld opgehaald bij de producenten zullen informatiecampagnes worden betaald, evenals het opvoeden van consumenten over duurzame textiel en schoenen. Hiermee wordt ook duurzamere productie bevorderd. De wet zou zich moeten laten voelen door de hele productieketen. Producenten zullen hun EPR-belasting laag willen houden door materialen met een lagere voetafdruk te gebruiken. We verwachten een golf van belangstelling voor allerlei groene goederen; van circulair garen tot koolstofarme verven. En recyclingbedrijven die gebruikt textiel omvormen tot nieuwe producten zullen er wèl bij varen.
Frankrijk gaat snelle mode belasten
Frankrijk loopt voorop in het toepassen van de anti-afval wetgeving in nationale wetten, met zijn ‘anti-fast fashion’ wet. Volgens deze wet zal er op elk product verkocht door zogenoemde ‘ultra-fast’ modemerken een belasting van €5 worden geheven, en dit bedrag loopt op tot €10 in 2030. Wel staat er een maximum van 50% van de verkoopprijs op, om betaalbaarheid te garanderen.
Hoeveel producenten gaan betalen, hangt af van de eco-score van hun producten; gebaseerd op een bestaande rekenmethode voor vrijwillige scores van textielproducten. De boetes geïnd van ultra-fast modebedrijven zullen worden besteed aan het ondersteunen van Franse ontwikkelaars van duurzame mode. De wet ligt nu ter beoordeling voor bij de EU en zou begin 2026 kunnen worden ingevoerd.
Mode-protectie
Hoewel het land vaak diep verdeeld is, is de anti-fast fashion wet met bijna algemene stemmen aanvaard. Op de keper beschouwd komt deze anti-fast fashion wet voor Frankrijk precies op tijd. De markt wordt er overspoeld met massaal geproduceerde goedkope kleding. Tussen 2010 en 2023 is het advertentiebudget voor fast-fashionkleding gegroeid van € 2,3 miljard tot € 3,2 miljard.
Mode is belangrijk voor het BNP van Frankrijk. Hieronder vallen massa-artikelen en ook de producten van bekende modehuizen met een nog altijd aanzienlijke werkgelegenheid. Buitenlandse concurrenten bedreigen deze nationale industrie. Daardoor is dit onderwerp ondersteund door het hele Franse politieke spectrum.
‘Ultrasnelle’ mode wordt extra belast
Bij de bestaande formulering zullen sommige regels uit de wet alleen van toepassing zijn op Chinese merken als Shein of Temu, maar niet op Franse en Europese fast-fashion bedrijven. Wel worden alle kledingbedrijven belast op basis van hun eco-scores. Maar voor ultrasnelle kledingbedrijven als Shein en Temu komt er ook een verbod op advertenties, waaronder de influencer-geleide reclame waarop veel van hun omzet berust.
Deze dubbele toepassing van de wet berust op een onderscheid tussen ‘klassieke’ en ‘ultrasnelle’ mode. Wat precies ‘ultrasnel’ is, blijft weinig precies; maar een uiteindelijke wettelijke definitie zal de lat waarschijnlijk zó hoog leggen dat alleen Chinese bedrijven met grote schaalvoordelen ervoor in aanmerking komen. Waarschijnlijk zullen Europese snelle modebedrijven van sommige van deze regels uitgezonderd worden, omdat ze niet aan deze drempel voldoen. Dit wordt door veel mensen gezien als bevoordeling van de binnenlandse productie, waaronder Franse merken als Naf Naf, Kookaï, and Jennyfer; of grotere European merken als H&M en Zara.
Een stimulans voor circulaire bedrijven
Ondanks deze bevoordeling in de Franse wetgeving vormt dit een belangrijke stap die circulaire bedrijven in de hele wereld een steuntje in de rug zal geven. Sommige lokale startups zullen ervan profiteren. Zoals Reju, een Franse startup die doet aan textielrecycling en die kort geleden plannen heeft bekend gemaakt om hun eerste grote fabriek in Frankrijk te bouwen. Door de veranderende wetgeving zullen ook bedrijven als het Amerikaanse Circ (dat een fabriek wil bouwen in Frankrijk) hiervan profiteren.
En toch vinden veel kleding-recycling bedrijven dat ze meer steun van de EU moeten hebben bij het bouwen van de infrastructuur, nodig om circulaire doeleinden gesteld door de politiek te halen. Zo luidt de boodschap van de European Circular Textile Coalition in antwoord op de EU-regels. Zij vinden dat de EU bedrijven als zij moet steunen; ze hebben de techniek en know-how om te recyclen, waardoor de meeste waarde wordt gehaald uit afgedankte textiel.
Steun
De groep vraagt om overheidssteun voor recyclingbedrijven van textiel; en ook voor onderdelen van de keten die vaak over het hoofd worden gezien, zoals sorteren en verzamelen, of voor bedrijven die juist ingezameld textiel opnieuw op de markt brengen. Ze roepen de EU ook op om te kijken naar de gevolgen van de nieuwe wet op ontwikkelingslanden; deze spelen een grote rol bij het upcyclen, repareren en opnieuw verkopen van afgedankt textiel uit Noordelijke landen.
Non-profit organisaties die tweedehands markten in Afrika vertegenwoordigen, roepen EU-landen op om een deel van hun producentenvoordelen te sturen naar de landen die afgedankt textiel sorteren en opnieuw verkopen. Hiermee kan een betere recycling-infrastructuur worden opgebouwd in deze landen; daarmee bevestigt de EU de rol die zij zullen spelen, totdat de EU zijn eigen recyclingcapaciteit heeft opgebouwd.
De EU en Frankrijk geven richting aan impulsen voor bedrijven om duurzamer te produceren. Daarnaast zal Europa zijn eigen recyclingcapaciteit moeten uitbreiden, zodat het de toenemende hoeveelheid gebruikt textiel van lage kwaliteit kan omvormen tot kwalitatief goede artikelen.
Interessant? Lees dan ook:
Naar circulaire mode
Niet alleen uitstoot vermijden, ook een circulaire economie bouwen
Nieuwe materialen als inspiratiebron voor de mode-industrie