De laatste tijd is er sterke oppositie geweest tegen het gebruik van voedselgewassen voor industriële toepassingen. Dit zou de beschikbaarheid van voedsel verminderen, en daardoor de voedselzekerheid ondermijnen. Maar recent zijn onderzoekers gedoken in de onderliggende getallen; ze ontdekten dat deze zorgen grotendeels misplaatst zijn. Het debat wordt gedomineerd, zoals een rapport van het nova-Instituut betoogt, door emotionele en politieke argumenten; meer dan door echte data, of een alomvattend begrip van het wereld-voedselsysteem.

Food en non-food sluiten elkaar niet uit
Het team van nova-Instituut pleit voor een visie gebaseerd op feiten, veel genuanceerder dan tot nu toe. Men nam vaak aan dat de keuze voor non-food toepassingen ten koste zou gaan van de voedselvoorziening. Maar er zijn veel méér kanten aan de zaak. Plaatselijke omstandigheden, duurzaamheid en sociale effecten spelen allemaal een rol. Er zijn veel drijvende krachten achter voedselonzekerheid. Vooral klimaatverandering, conflicten, economische ongelijkheid, landrechten en gebrek aan efficiency in de voedseldistributie; eerder dan strijd tussen voedsel en industrieel gebruik ervan. Het gebruik van eerste generatie biomassa voor non-food (zoals chemicaliën en afgeleiden, of brandstof) is niet echt bedreigend voor de voedselzekerheid. De oogst kan zelfs meerdere doelen dienen: matiging van klimaatgevolgen, biodiversiteit, veerkracht van de landbouw, economische stabiliteit en voedselzekerheid (zie figuur).
Binnenkort verschijnt de nieuwe Europese strategie voor de bio-economie. De bio-economie levert ons duurzame materialen en energie uit biomassa. De nieuwe Europese strategie wil de zelfstandigheid en het concurrentievermogen van Europa verbeteren, en tegelijkertijd de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen verminderen. De nieuwe nova-studie laat zien dat de EU voldoende biomassa kan voortbrengen om deze strategie vorm te geven. Hij ondergraaft mythen over het eerste-generatie gebruik van landbouwgewassen als zetmeel, suiker en plantaardige olie.
Een pleidooi voor rationele argumenten
‘Hoewel er veel zorgen en politieke weerstand bestaan over het gebruik van eerste-generatie biomassa voor industriedoeleinden (vaak voortkomend uit zorg voor voedselzekerheid), leert de wetenschap ons dat deze zorgen grotendeels misplaatst zijn,’ zegt het rapport. ‘Het debat berust eerder op emotionele en politieke argumenten dan op echte gegevens, of een diepgaand begrip van het wereld-voedselsysteem.’
Het nieuwe onderzoek geeft vier punten aan waarop de EU profiteert van het gebruik van biomassa (inclusief voedsel) voor non-food toepassingen als brandstof, chemicaliën en materialen:
- Een bijdrage aan een schokbestendige en concurrerende landbouw in de EU: door gewassen op meerdere markten te verkopen verkrijgen boeren meer flexibiliteit, wat hun gevoeligheid voor prijsschommelingen in één sector vermindert. Het geeft bovendien een impuls aan innovatie en duurzame praktijken, doordat boeren hun inkomen uit meerdere bronnen kunnen halen, en zich aanpassen aan veranderingen in de markt.
- Meer voedselzekerheid: het gebruik van eerste-generatie biomassa voor non-food versterkt het aanbod op een aantal manieren. Zoals betere marktstabiliteit door de levering van eiwitrijke bijproducten, het verzekeren van een goede beschikbaarheid van voedselgewassen, en lange-termijn stabiliteit voor zetmeel, suiker en oliegewassen in de EU; terwijl er toch een nood-voedselvoorziening in stand wordt gehouden voor crisissituaties.
- Betere matiging van klimaatverandering: om de Europese industrie te de-fossiliseren – absoluut nodig voor het behalen van nul CO2 uitstoot bij chemie en brandstof – is het gebruik van eerste-generatie biomassa onvermijdelijk. Hoewel tweede-generatie biomassa nu algemeen wordt geaccepteerd, kan de eerste-generatie meestal tegen lagere kosten worden geproduceerd, en gemakkelijker worden opgeschaald.
- Ondersteuning van de bescherming van biodiversiteit: voedselgewassen zijn het meest productief voor zetmeel, suiker en plantaardige oliën. Door maximalisatie van de landbouwproductie blijft er meer ruimte over voor natuur en bescherming van de biodiversiteit.
Tweede-generatie gewassen vormen niet de oplossing
Bij het onderzoek hebben de auteurs ook gekeken naar het gebruik van tweede-generatie suikers (uit lignocellulose) ter vervanging van eerste-generatie biomassa. Geen goed idee. Want ten eerste is er voor het maken van dezelfde hoeveelheid vergistbare suikers voor de bioraffinaderij veel meer land nodig. Ten tweede zou er dan minder eiwit worden gemaakt, als belangrijk bijproduct van 1G non-food productie. Ten derde zou de noodvoorraad eerste-generatie gewassen (bestaande uit zetmeel, suiker en plantaardige oliën) voor voedselcrises verloren gaan; want tweede-generatie gewassen kunnen per definitie geen voedsel leveren. En tenslotte, zelfs bij de bestaande suikerprijzen kunnen groene (biobased) chemicaliën nauwelijks concurreren met die uit fossiele brandstoffen; en tweede-generatie suikers zijn twee tot drie keer zo duur, wat hun rol als vervanging van fossiele brandstoffen onmogelijk maakt.
Het rapport van het nova-Instituut werd gefinancierd door de European Bioeconomy Alliance; hierin zijn vele bedrijven vertegenwoordigd, en hij is gewijd is aan het promoten van de bio-economie om zijn volle potentieel in Europa te behalen.
Interessant? Lees dan ook:
Eerste generatie bio-ethanol is toe aan herwaardering, zegt nova-Instituut
Het potentieel van bio-afval in Europa
Omgaan met de complexiteit van biomassa