Gevouwen oevers, bouwen met de natuur

Drijvende eilanden als long van een meer. Gemaakt van mycelium, zaagsel en rietzodden. Een eiland sterk genoeg om op te lopen en toch flexibel genoeg om mee te bewegen met de golven. Naar een ontwerp van Erik Hobijn worden deze Gevouwen Oevers momenteel ontwikkeld. ‘Drijfland van mycelium’.

gevouwen oevers
Riet aan de oever van de Nieuwe Meer in Amsterdam. Foto: Mark Ashmann, Wikimedia Commons.

Ecomimicry

Wij schreven eerder over ecomimicry op onze site: het terugbrengen van de natuur in de stad; op zo’n manier dat de natuurwaarde zo groot mogelijk is. Maar, zo schreven we, ‘zoekend naar ecomimicry op internet vinden we veel ontwerprichtlijnen maar erg weinig projecten’. We kregen daarop een brief van Erik Hobijn die wees op hun project Gevouwen Oevers. Een praktisch voorbeeld van ecomimicry!

Gevouwen Oevers wordt door de ontwerpers geen ecomimicry genoemd maar antropogeen ontwerpen. Het project begint met een vorm van mycelium waarop riet groeit. Zo ontstaan matrassen op het water, onderling gekoppeld tot een open structuur zodat de golven er licht dooreen kunnen bewegen. Er ontstaat nieuwe natuur in de stad. ‘Niemand gooit mycelium in het water maar we zijn en blijven Nederlanders, natdenkers, delta-apen.’ Het systeem moet bestand worden tegen stroming en golfslag.

Rietzodden zijn een natuurlijk verschijnsel in Nederland. Waar het water niet teveel wordt verstoord, groeien ze spontaan; grote drijvende oppervlakken. Ze stimuleren de biodiversiteit zowel boven als onder het water. Ze vormen een long voor het meer. Ze koelen en geven bescherming. Het drijfvermogen ontstaan door de holle wortels, die ook de bewapening geven en zorgen voor het onderlinge verband. De gevouwen oevers zijn een ontwerp van de mens; maar op zo’n manier dat de natuur het project overneemt en de hand van de mens binnen een paar maanden is verdwenen.

Nieuwe Meer
Nieuwe Meer, Amsterdam. Foto: Mark Ashmann, Wikimedia Commons.

Gevouwen oevers

Gevouwen oevers zijn geïnspireerd op een gedachte van de oude provo Robert Jasper Grootveld. De eilanden die hij maakte waren nog van piepschuim, EPS, verbonden met vele knopen. Het drijfvermogen en het onderlinge verband worden nu verzorgd door de wortels van het riet. Wat is gebleven, dat is het flexibele karakter van de structuur. Het ‘matras’ deint mee op de golven – anders dan de stijve constructie van een boot.

‘Voor de duidelijkheid,’ schrijft Erik Hobijn, ‘we maken geen eilanden, maar oevers. Omdat overgangen belangrijk zijn in de ecologie, moet je in fasen denken. Elke fase heeft zijn ecologische waarde; ze moeten onderling verbonden zijn: land, ondiepe modder, ondiep water, dieper water, heel diep. Wij voegen daar nog oevers aan toe.’ Het project is gestart in 2019 en wordt nu, met steun van de gemeente Amsterdam en Hoogheemraadschap Rijnland, uitgeprobeerd aan de Nieuwe Meer in Amsterdam.

Interessant? Lees dan ook:
Insecten: de hoogste tijd om onze kleine vrienden te koesteren
Voedselbos: voedsel produceren in biodiversiteit
Gezonde bodems voor een productieve bio-economie

(Visited 1 times, 1 visits today)

Plaats een reactie