Resistentie tegen pesticiden, een groeiend probleem

Resistentie tegen pesticiden is een gloednieuw probleem, in historisch perspectief. Het verschijnsel werd voor het eerst gesignaleerd in 1914, net een eeuw geleden. Het gevolg van chemische, en later biotechnologische bestrijding van ongedierte. En nu is resistentie tegen pesticiden al uitgegroeid tot een bijna onoplosbaar probleem. Wetenschappelijke literatuur daarover is deprimerend. Boeren moeten ingewikkelde strategieën volgen om de grootste problemen te vermijden. Wat kan de mensheid eraan doen?

resistentie tegen pesticiden
Hoe resistentie tegen pesticiden ontstaat. Beeld: Wikipedia.

Vroeger of later steekt resistentie tegen pesticiden de kop op

Resistentie tegen pesticiden is het gevolg van een natuurlijke selectie onder druk van het bestrijdingsmiddel. Ongedierte dat vatbaar is voor het gif sterft snel, en daardoor blijven de meer resistente exemplaren in leven. Zulke resistente exemplaren kunnen ook ontstaan door natuurlijke genetische modificatie. Omdat ongedierte zich vaak snel voortplant, ontstaat resistentie tegen pesticiden altijd, vroeger of later – waarbij ‘vroeger’ vaak betekent binnen een paar jaar, en ‘later’ misschien na 20 jaar. Omdat resistentie belangrijker wordt en gewasverliezen toenemen, moeten boeren nieuwe methoden gaan toepassen. Want tegenwoordig moet het land veel gewas opbrengen – de maatschappij verlangt dat, en boeren hebben dat nodig voor hun inkomen.

Toen organische pesticiden werden ontwikkeld, kort voor de Tweede Wereldoorlog, hoopten onderzoekers dat er hierbij geen resistentie zou optreden zoals bij de anorganische bestrijdingsmiddelen. Maar deze hoop werd snel de grond in geboord. DDT was heel goed voor het infectievrij houden van soldaten na de landing van de geallieerden in Normandië in 1944, maar in 1947 waren sommige huis-tuin-en-keukenvliegen al totaal immuun geworden voor DDT. En zulke ontwikkelingen komen steeds weer voor bij elke nieuwe familie pesticiden: cyclodiënen, carbamaten, formamidines, organofosfaten, pyretroïden. En dat alles in slechts vijfenzeventig jaar. Daardoor zijn in sommige gebieden oogstverliezen door ongedierte nu groter dan vroeger, zelfs al gebruiken boeren meer bestrijdingsmiddelen (en besteden ze er een groter deel van hun inkomen aan). ‘Oogstverliezen door insectenvraat zijn soms groter dan 15% per jaar.’

Bespuiten van het gewas
Bespuiten van het gewas is een essentieel onderdeel van de landbouw. Foto: Wikipedia.

Er is ook resistentie tegen onkruidbestrijdings-middelen

Herbiciden (onkruid-bestrijdingsmiddelen), zelfde verhaal. Het ‘perfecte’ herbicide, Roundup (glyfosaat), ontdekt in 1970, verhindert de aanmaak van eiwitten die alle bladplanten nodig hebben. Dit gebeurt met een mechanisme dat alleen voorkomt in planten, waardoor Roundup niet erg giftig is voor dieren. Onderzoekers van Monsanto vonden een bacteriestam met een ander synthesepad voor deze essentiële eiwitten. Ze plaatsten het DNA van de bacterie in landbouwgewassen waardoor ‘Roundup-ready’ gewassen ontstonden die de boer kan planten nadat de hele akker steriel is gemaakt met het herbicide. Maar door de enorme druk van elk jaar spuiten met Roundup zijn er over de hele wereld tientallen, misschien honderden soorten onkruid ontstaan, ongevoelig voor Roundup. Dus wat nu?

We kunnen het ongemak veroorzaakt door resistentie tegen pesticiden aflezen aan de literatuur. De strategieën die men aanbeveelt tegen het verschijnsel zijn allemaal ontoereikend. Het toverwoord is geïntegreerde ongediertebestrijding (integrated pest control). Dat betekent in wezen: alles met mate, en afwisseling van bestrijdingsmethoden. Het Insecticide Resistance Action Committee bijvoorbeeld, een organisatie van industrieën, beveelt aan ‘zoveel mogelijk bestrijdingsmethoden te gebruiken, waaronder gebruik van synthetische en natuurlijke insectenbestrijdingsmiddelen, vijanden van ongedierte (roofdiertjes en parasieten), teelttechnieken, transgene planten (indien toegelaten), gewasrotatie, resistente gewasvariëteiten en chemische lok- en afweerstoffen.’ En naast de langzamerhand groeiende resistentie tegen pesticiden levert klimaatverandering nieuwe problemen op. Een aantal auteurs schrijft: ‘bij hogere temperaturen groeien insecten waarschijnlijk sneller waardoor er elk seizoen meer insectengeneraties zullen zijn.’

Biologische ongediertebestrijding
Biologische ongediertebestrijding is deel van de geïntegreerde bestrijding. Foto: Wikipedia.

Geïntegreerde ongediertebestrijding stelt het probleem alleen maar uit

Uiteindelijk kunnen alle aanbevelingen over geïntegreerde ongediertebestrijding niet verhullen dat wij hiermee alleen uitstel kopen van fundamentele problemen. Als resistentie tegen pesticiden binnen twintig jaar na de eerste toepassing van het product de kop opsteekt, waar zijn wij dan over honderd jaar? Gewoon vijf generaties pesticiden verder? Blijven wij de tredmolen herhalen? Dan moeten we toch wel noteren dat bij onkruidbestrijdingsmiddelen slechts weinig nieuwe chemicaliën op het punt van marktintroductie staan, waarvan niet één met een nieuw en resistentievrij werkingsmechanisme. En insectenbestrijdingsmiddelen: daarop komt steeds meer kritiek, zie de neonicotinoïden, zelfs al zijn ze veel minder giftig dan hun voorgangers. Misschien zitten we vast. Waar loopt dit op uit?

En toch draaien de benaderingen tot dusver in dit artikel allemaal om één punt: ze vatten het voorkómen van schade aan het gewas op in termen van een conflict met de natuur. Ongedierte ‘valt onze gewassen aan’ en daarom moeten we ze ‘in toom houden’. Misschien wel: vernietigen. Als mensheid hebben we het verschijnsel resistentie nog maar kort geleden ontdekt, historisch gesproken. En we hebben duidelijk het goede antwoord nog niet gevonden. We moeten eerder in termen van Star Wars tot de conclusie komen: ‘The Empire Always Strikes Back’. De natuur is veel minder statisch dan we zelfs nog maar tien jaar geleden dachten. Zij verandert voortdurend. En met haar vrijwel onuitputtelijke hulpmiddelen zal zij altijd rond onze beperkte methoden een weg vinden. Wat moeten we doen met deze ‘vijand’?

Beter kijken naar de natuur

Het begin van het antwoord kan zijn dat we beter gaan kijken naar de manier waarop de natuur zelf omgaat met ‘aanvallen’. In de natuur zijn sommige soorten wel degelijk vijandig ten opzichte van elkaar. Maar ze laten elkaar altijd voortbestaan. De zeeoor bijvoorbeeld, een zeeslak met een harde schelp, is in een evolutionair conflict gewikkeld met borstelwormen: betere boortjes voor de borstelwormen die zich tegoed doen aan de zachte slakken, steviger schelpen ter bescherming. Maar ze leven nog steeds naast elkaar. Wij zouden op dezelfde manier wat ruimte kunnen laten voor onze ‘vijanden’ in de natuur. We hoeven hen niet te vernietigen en zouden zelfs een zeker oogstverlies kunnen aanvaarden.

En dan zouden we kunnen ontdekken dat in de natuur planten altijd afweermechanismen hebben tegen hun vijanden. Ze maken vergif aan als ze worden aangevallen. Of ze laten vluchtige chemicaliën los die de natuurlijke vijanden van hun aanvallers aantrekken. Via zulke mechanismen kunnen heel verschillende levende wezens profiteren, in een symbiose. Planten kunnen zo’n symbiose ontwikkelen met bacteriën, gisten, schimmels en insecten. Zoals de vlinderbloemigen die in symbiose leven met nitraatvormende bacteriën. De bloemen van de plant kunnen precies gevormd zijn naar de snavels van sommige vogels, zodat de vogels de nectar kunnen eten en tegelijkertijd zorg dragen voor de voortplanting. Misschien kennen wij de meeste vormen van symbiose nog lang niet. Dit onderwerp zou geweldige mogelijkheden kunnen bieden in termen van de bestrijding van ongedierte en ziektes. DNA-onderzoek van de bodem heeft uitgewezen hoe ongelooflijk rijk het bodemleven is. Een betere bodem zou ons misschien onschatbare diensten kunnen bewijzen.

Walsen met de natuur

Misschien moeten we leren meebewegen met de natuur, walsen met haar zogezegd, in plaats van de confrontatie met haar aan te gaan. Leren van de natuur hoe daar soorten elkaar bevorderen en afremmen. We kunnen de methoden van de natuur kopiëren; dan kunnen we ook gebruik maken van onze recent verworven biotechnologische kennis en daarmee de trucs van de natuur nog net iets veranderen. We zullen onze methoden moeten blijven ontwikkelen, want de natuur zelf ontwikkelt zich zelf ook voortdurend. Maar we zouden ons tenminste samen met haar kunnen ontwikkelen, stap voor stap. Dat zal veel vruchtbaarder blijken dan de oorlogszuchtige strategieën die onze aanpak in de afgelopen eeuw hebben gekenmerkt.

Interessant? Lees dan ook:
Groene chemie: de natuur als leermeester
Insecten gaan achteruit, overal ter wereld. Hoe bezorgd moeten we zijn?
Is het leven maakbaar? 4.2 Plantengentechnologie: Bt-aubergines

(Visited 42 times, 2 visits today)

Plaats een reactie