Psychologie van innovatie: biotechnologie moet leren luisteren!

Het oordeel van het publiek verrast biotechnologische onderzoekers steeds weer. Soms in positieve zin, zoals bij de ontwikkeling van artemisinine, medicijn tegen malaria, met gemodificeerde organismen. Vaak in negatieve zin, zoals toen het publiek resoluut stier Herman en schaap Dolly afwees; en kort geleden nog door de plotselinge ophef over de fermentatieve smaakstoffen van Isobionics. Maar de psychologie van innovatie is onverbiddelijk: onderzoekers ontwikkelen hun product voor het publiek; hun oordeel is maatgevend. Onderzoekers zullen moeten leren luisteren: met hun hart, met hun moreel besef. Gamma moet bèta daarbij ondersteunen, en de bèta’s zullen gericht vragen moeten gaan stellen.

Dit is het eerste artikel in een serie over het oordeel van consumenten over het gebruik van biotechnologie in de voedingsindustrie. De artikelen verschenen op 18 februari, 2 maart, 3 maart, 10 maart, 15 maart en 27 maart.

Isobionics valenceen
Isobionics brengt smaakstoffen op de markt, gemaakt door gemodificeerde micro-organismen, zoals valenceen, belangrijk onderdeel van de sinaasappelsmaak (foto: Isobionics).

Nieuwe producten of concepten naar de markt brengen heeft veelal iets weg van een spitsroedenloop. Er zijn altijd veel meer hindernissen dan voorzien en ze komen uit onverwachte hoeken. Dat is altijd zo geweest. En dat geldt dus ook voor de realisatie van de groene economie en de ontwikkeling van producten van de synthetische biologie. Over vijf jaar ziet de wereld er heel anders uit, zeggen de biologen in het Chemisch 2Weekblad, naar aanleiding van een overzicht met betrekkelijk weinig marktsuccessen. Het klinkt als het verwerken van een teleurstelling. En dat is dan niet de eerste keer. De beloftes van gentherapie en voedselrevoluties schieten ook niet erg op. En ineens is er dan ook de discussie over de fermentatieve smaakstoffen van Isobionics. Mogen die eigenlijk wel natuurlijk heten? Het wordt de groene economie steeds weer lastig gemaakt, eerst al door schaliegas en nu door de scherpe daling van de olieprijs. En zo is er altijd wat.

Prachtige vergezichten in de biotechnologie

Voor de onderzoekers, de ontwikkelaars en de marketeers die ze hebben ingeschakeld, is het een uitgemaakte zaak. De voordelen van de groene economie en de synthetische biologie zijn legio. De samenvattende noemer is vaak: meer en betere resultaten met minder middelen; minder energie, minder grondstoffen, minder afval, meer selectieve werking, kleinere dosis, minder ruimtebeslag en uiteindelijk zelfs goedkoper voor de consument. De smaakstoffen uit de fermentatie van micro-organismen zijn volstrekt equivalent aan de natuurproducten (maar pas op: als je zegt dat ze soms zelfs beter zijn dan de natuur wek je al vragen op). Ze zijn niet seizoenafhankelijk, maken grote velden met hetzelfde gewas onnodig, voorkomen bergen afval en zetten de buurt niet in een ‘heerlijke’ lucht die je na vele maanden echt de neus uit komt.

Stier Herman
Stier Herman, de eerste transgene stier ter wereld (16 december 1990 – 2 april 2004).

De moderne biotechnologie laat prachtige vergezichten zien. Akelige termen als genetische manipulatie zijn helemaal niet meer nodig. Althans de onderzoekers gebruiken het beladen woord niet meer. Maar hebben we er intussen wel aan gedacht, de consument dat op overtuigende wijze te laten weten? De klant heeft immers altijd gelijk. Toch? Een stevige druk op de introductie van nieuwe producten is een goede zaak, zeker in een welvarende westerse economie en ook in toenemende mate in de Aziatische economieën. Denk aan de affaire met babymelk in China of de perikelen met de kwaliteit van vis in Japan. Daar moeten we mee leren omgaan. De psychologie van innovatie leert ons voortdurend lessen. Zonder de druk van de publieke opinie en maatschappelijke organisaties hadden we nu wellicht allerlei stieren Herman en schapen Dolly zien rondlopen. Of waren we bezig op grote schaal embryo’s te kweken om stamcellen te winnen. De ondeskundigen hebben de wetenschappers terug gefloten in de trant van ‘hallo, kunnen jullie niet iets anders bedenken?’ In diepere zin gaat het om ethiek en moraal.

De psychologie van innovatie: het publiek beslist

Hebben de onderzoekers geluisterd? Daar zouden onze gedragsdeskundigen eens heel goed naar moeten kijken. De psychologie van innovatie zou een uitermate boeiend onderwerp voor academische studie kunnen zijn. Want wat was nou precies de reden dat we de synthetische biologie wég van Herman en Dolly en vooral in de richting van micro-organismen en moleculen hebben verlegd? Omdat we inderdaad beseften dat stallen vol gemanipuleerde dieren geen gezicht zou zijn? Omdat al die ‘genakkers’ geen boer of burger gelukkig zou maken? Misschien wel. Bij DSM zeiden we indertijd: ‘geef ons het metabole pad naar uw product en wij zetten onze chemie en onze huis-organismen voor u aan het werk.’ Binnen de muren van het laboratorium en de ketels in de productiehal is het beter mogelijk om veilig en verantwoord te werken dan in het vrije veld of de megastal.

Artemisia annua
Artemisinine werd eerst gemaakt uit Artemisia annua.

Door de jaren heen is toch een patroon te zien in deze worsteling tussen ontwikkelaars en gebruikers. Als het om de bestrijding van ziektes gaat mag eigenlijk alles, zolang de patiënt maar geneest. De bereiding van het antimalariamiddel artemisinine met behulp van E.coli bacteriën wordt dus ook alom als een prachtige doorbraak gezien. Onvolmaakte vaccins tegen ebola mogen. Bij stamcellen uit embryo’s ligt kennelijk een grens. Anderzijds lijken er in de cosmetica weer andere wetten te gelden. De termen in de cosmeticareclames slaan meestal nergens op, de vermelding van de bestanddelen en ingrediënten is meestal een ratjetoe en de bereidingswijzen zijn veelal in het duister gehuld. Onze ijdelheid wint het hier heel duidelijk van de ratio. Iets voor de ontwikkelaars van biomaterialen om over na te denken?

De psychologie van voedsel vs. die van materialen

Bij voedsel ligt steeds het tere punt. Hier ligt ook één van de merkwaardige paradoxen van de moderne samenleving. Zowel in kwantiteit als in kwaliteit is ons voedsel beter dan ooit tevoren. Tegelijkertijd zijn onze zorgen over de relatie tussen voeding en gezondheid ook nog nooit zo groot geweest. Het gaat veel verder dan een mediahype. We kunnen duizend maal publiek maken dat een groot deel van het wetenschappelijk onderzoek naar die relatie rammelt, vooral aan de statistische kant – het grote publiek blijft beweren dat probiotica in yoghurts ons tegen van alles en nog wat beschermen, of dat een zoutarm dieet de kans op de geboorte van een meisje verhoogt. Gedragsdeskundigen en maatschappelijke onderzoekers moeten hier dringend eens duidelijkheid te scheppen. Is er een oeroude relatie met onze evolutie, waarbij we in de loop der eeuwen, door honger gedreven, hebben geleerd wat goed voor ons was, wat ons zelfs genezing kon brengen en wat schadelijke gevolgen met zich mee bracht? Het volksgeloof dat onze intuïtie ons wel vertelt wat goed of slecht voedsel is, is immers onuitroeibaar.

Materialen
Materialen uit groene grondstoffen kunnen beter en waardevoller zijn dan die gemaakt uit fossiele grondstoffen.

Bij materialen lijkt het probleem veel minder pregnant. Alhoewel, ook hier is het uitkijken geblazen. Denk aan weekmakers met kans op hormonale bijwerkingen  in babyzabbelaars. Zouden onze baby’s mogen kruipen op nylontapijt gemaakt door  fermenterende en gemanipuleerde E.coli bacteriën? Kom niet aan onze kinderen! En een beetje wegblijven van voedsel. Daarbuiten lijkt er oneindig veel ruimte voor nieuwe materialen. Zowel vanuit de nanotechnologie als vanuit de chemie en de biologie.  En daar zien we tot nu toe ook de meeste resultaten. Nieuwe materialen voor zonnecellen, efficiënte coatings voor zonnepanelen. Sterkere en lichte materialen in onze auto’s. Papier uit tomatenstengels of gevelplaten uit aubergineresten. Gemeten naar het aantal nieuwe producten dat de markt bereikt lijkt de materialensector de hoogste scores te halen. Zou dit de psychologie van innovatie kunnen helpen, en zouden we deze resultaten kunnen gebruiken bij de aankondiging van nieuwe voedingsmiddelen of medicijnen? De onderzoeker vindt het wellicht onzin; de marktontwikkelaar of de communicatiedeskundige zou er wel eens heel anders over kunnen denken. De gamma’s kunnen de bèta’s hier nog heel veel leren.

Bèta en gamma

Even leek het erop dat de gamma/bèta-samenwerking echt van de grond zou komen; zo’n tien jaar geleden. Maar het heeft er alle schijn van dat dat niet doorzet. Mijn gevoel zegt me dat actuele ontwikkelingen als economische crisis, energiehobbels, heftige geweld-geloof botsingen en al te warme koude oorlogsherinneringen ons in de oude verhoudingen terug zetten. Juist nu we elkaar zoveel nodig hebben. Of zie ik dat helemaal verkeerd?

(Visited 1 times, 1 visits today)

1 gedachte over “Psychologie van innovatie: biotechnologie moet leren luisteren!”

  1. Als ervaringsdeskundige kan ik me goed vinden in de analyse van Alle Bruggink. Communicatie wordt door veel onderzoekers voornamelijk beschouwd als een disseminatiemiddel richting beleidsmakers en het grote publiek. De communicatie-experts moeten vooral behulpzaam zijn bij het vertellen hoe geweldig de wetenschap en technologie zijn. Daar is niets op tegen, maar er is in mijn ogen pas sprake van communicatie als de boodschapper open staat voor een reactie, en ook iets met die reactie doet (of niet, als je maar beargumenteert waarom je er niets mee doet).
    Dus ja: beta’s kunnen iets van gamma’s leren. Maar andersome geldt dat evenzeer: ook bij gamma’s wil het nog wel eens ontbreken aan een goed begrip, bijvoorbeeld van wat er technologisch gezien al dan niet mogelijk is.
    Ik denk dat het voor een constructieve, innovatiegerichte gamma/beta samenwerking noodzakelijk is dat de gamma’s en beta’s elkaar over en weer iets leren. De ervaring leert echter dat de manier waarop het moderne wetenschapsbedrijf functioneert, een systeem waarin onderzoekers vooral worden afgerekend op het binnenhalen van nieuwe opdrachten en publicaties in wetenschappelijke tijdschriften, daar weinig ruimte voor biedt.

    Beantwoorden

Plaats een reactie