Biobased Wunderkammer, jammer

Het is Dutch Design Week (DDW) in Eindhoven. Een internationale ontwerpmanifestatie die in alle leegstaande Philips gebouwen (en die zijn er genoeg) in de stad wordt gehouden.

Lamp die reageert op geluid
Lamp die reageert op geluid

Design is een grote bedrijfstak in Nederland en de belangstelling is dus groot. Het is zelfs een van de erkende ‘Topsectoren’ in het Nederlandse innovatiebeleid. Maakindustrie hebben we nauwelijks meer. Dat kun je zien aan het feit dat er meer dan genoeg ruimte is voor zo’n omvangrijke manifestatie. Maar het traject dat aan de maakindustrie voorafgaat, of dat nu kennisontwikkeling of ontwerpen is, is bij ons in goede handen. Getuige daarvan is het feit dat de gebeurtenis is verbonden aan het eindexamen van de Design Academy die al lange tijd in de ‘Witte Dame’ (ook een ex-Philips gebouw) is gevestigd. Recht tegenover de plek waar de gebroeders Philips ooit hun eerste gloeilamp maakten.

Insecticide uit rabarber
Insecticide uit rabarber

Rariteitenkabinet?
Dit jaar is er op de Strijp, ook al zo’n voormalige Philips-plek in Eindhoven, een hoekje ingeruimd voor de biobased economy. Een aparte afdeling, geconcentreerd in een ruimte die de ‘Biobased Wunderkammer’ is genoemd. Daarmee staan meteen twee aspecten vast. Ten eerste worden groene economie en groen ontwerpen kennelijk nog gezien als iets buiten de werkelijkheid. Mooie naam natuurlijk Wunderkammer, maar het betekent in feite ‘Rariteitenkabinet’ en dat is de biobased industrie allang niet meer. Het is jammer dat de ontwerpwereld er nog zo tegen aan kijkt. Ten tweede is een bescheiden zaaltje natuurlijk veel te klein voor een industrie die zo in opkomst is als de biobased economy. Er was bovendien weinig te zien. Elders op de tentoonstellingen stonden hier en daar een paar zaken die wel in de Biobased Wunderkammer hadden gepast, zoals een kartonnen doodskist (oranje) van Easy Funeral die met een beetje extra inspanning helemaal biobased had kunnen zijn. En zo waren er nog meer zaken. Het feit dat ze niet in de Biobased Wunderkammer geëxposeerd waren, gaf wel aan dat de beginnende Eindhovense industriële ontwerpers (en ook de gearriveerde vakbroeders) nog niet zoveel affiniteit hebben met biobased.

Flip-flops van palmblad
Flip-flops van palmblad

Palmbladafval
Natuurlijk waren er zaken die wij van de biobased economy al langer kennen. Zoals de composteerbare potjes  voor planten uit de afvalstromen van de aardappelchipsproductie van Aaik Roodenburg. Daarnaast waren er ook een paar interessante nieuwe ontwerpen, zoals ‘Victoria’, een insecticide van Laura van Os (studiobroodnodig.com) bestaande uit oxaalzuur, gemaakt uit rabarber dat wel de Varraomijt aanpakt, maar de bijen geen kwaad doet. Een bekende biobased ontwerper (Tjeerd Veenhoven, tjeerdveenhoven.com) behandelde palmbladeren met een natuurlijke olie en verkreeg daaruit een sterk, op leer gelijkend, materiaal – Palmetti genoemd – voor het maken van flip-flops (sandalen) en tassen. In India hebben ze per jaar 80 miljoen kubieke meter van dat ‘palmbladafval’ over. Een plaatselijk bedrijf produceert de schoenen en de tassen. Ze zijn een groot succes als wegwerpslippers in hotels. Tjeerd Veenhoven werd op die manier een sociale ondernemer. Hij is ook de ontwerper van afbreekbare ‘haute couture’ bio-laminaten voor wandversiering. Hij toonde zijn product al eerder op de BB Netwerkbijeenkomst van EZ, enkele maanden geleden. En verder? Een algenkweekreactor op huiskamerschaal zei mij niet zoveel, maar 82% biologische offsetinkt, volledig natuurlijke pigmenten en natuurlijke schoonmaakmiddelen, zijn mooie producten op weg naar een biobased wereld.

Er was het nodige dat ik conceptueel zou willen noemen, maar misschien zijn de Eindhovense industriële ontwerpers minder doorkneed in de kennis van materialen dan hun meer technische Delftse collega’s. Behoorlijk wat kritiek dus mijnerzijds, maar alle begin is moeilijk. En we staan wat betreft specifieke ontwerpen met biobased materialen nog aan het begin. Ik voorspel dat de BioBased Wunderkammer over enkele jaren vele malen meer ontwerpen van ‘natuurlijke’ materialen zal laten zien dan de beperkte opzet van dit jaar, maar zou het tegen die tijd wel een andere naam geven.

(Visited 2 times, 1 visits today)

1 gedachte over “Biobased Wunderkammer, jammer”

  1. Prima hoor om kritisch te zijn, maar zorg dan wel dat de informatie juist is. Er worden voorbeelden genoemd die in het geheel niet tot de Biobased Wunderkammer hoorden, maar tot de tentoonstelling van de buren (zoals Laura van Os). Blijkbaar heeft men weinig tijd genomen om de inhoud echt goed te lezen.
    Ten tweede worden ten onrechte alleen ‘Eindhovense Industrieel ontwerpers’even genoemd. Nogmaals niet het bijbehorende boekje erbij opengeslagen of het werk goed bekeken, zoveel is duidelijk. De Biobased Wunderkammer is een samenwerking van ontwerpers en kunstenaars (uit heel Nederland!) en de industrie vertegenwoordigd door de Green Chemistry Campus in Bergen op Zoom en de Biobased Delta. Zij hebben volledige medewerking en de inzet van hun expertise gedeeld, niet de minste partijen zou ik zo zeggen als het over expertise van biobased materialen en technologien gaat.
    Beste Journalist, neem de volgende keer een boekje mee waarin het hele project is uitgelegd en toegelicht of bel de betrokkenen; we delen de juiste inhoud graag.

    Beantwoorden

Plaats een reactie