Aan een zeer succesvol MKB-overheidsprogramma komt een einde

Zeventien miljoen, daar kun je wat mee doen. Om nauwkeuriger te zijn: 29 MKB-projecten werden er de afgelopen zes jaar mee over de brug, en misschien wel over de Valley of death, geholpen. Pilot- en demoprojecten voor de biobased economy. Een aantal zeer succesvolle groene projecten die klein beginnen, maar groot kunnen uitgroeien. Maar hoe nu verder? Verder? Er komt geen vervolg.

Edith E
Drie hoofdrolspelers: secretaris Edith Engelen en voorzitter Herman van Wechem van de tender Bioraffinage, en Karin Weustink van het Ministerie van Economische Zaken

In 2009 startte het Ministerie van Landbouw (LNV) in Nederland met het uitschrijven van een aantal tenders voor biobased projecten van het midden- en kleinbedrijf: eerst die van Bioraffinage, daarna onder de titel SBIR (Small Business Innovation Research) naar Amerikaans voorbeeld. Het programma in de VS loopt nog steeds en is daar – met een bedrag van $ 2 miljard per jaar – een groot succes. In Nederland is het programma overgenomen door het  Ministerie van Economische Zaken (EZ, dat LNV opslokte). Hier mochten de grote bedrijven ook mee doen en ook hier bleven successen niet uit. Bedrijven die hun project goed over het voetlicht konden brengen in korte pitches, kregen een vast bedrag om hun innovatie in de groene chemie of het verwerken van landbouwresten verder uit te werken en een productieproces op te zetten dat 1000 kg product zou kunnen opleveren. Een van de nevenvoordelen van deze tenders was dat ze behoorlijk wat publiciteit genereerden, Maar het allerbelangrijkste was dat de markt centraal stond en dat projecten en bedrijven daarop werden geselecteerd.

Een feestdag
Op 19 september was de grote show-off. Een soort feestdag waarop die MKB-ers konden tonen wat ze allemaal op biobased gebied hadden gepresteerd. Het was ook de laatste dag, ofschoon veel bedrijven nog volop bezig zijn en vrijwel niemand al echt op de harde markt aanwezig is. Maar er is wel goede hoop. Wat bijvoorbeeld te denken van Veggiefibres, van Piet Nell van Provalor. Dat zijn gedeeltelijk ontwaterde voedingsvezels, gemaakt uit de 90.000 ton stengelmateriaal die jaarlijks overblijven uit onze glastuinbouw. Veggiefibres zullen straks voor een groot gedeelte in onze behoefte aan naar vlees smakende producten kunnen voorzien, en in allerlei andere producten als sambal en kaas kunnen worden verwerkt. ‘Weg met de kippen en weg met de varkens’ is Piets leus en hij is ervan overtuigd dat onze ideeën over eten, zeker van vlees, de komende tientallen jaren drastisch zullen veranderen.

Of neem Photanol, een bioraffinage tender, opgezet door enkele microbiologen van de Universiteit van Amsterdam. Photanol gebruikt gemuteerde cyanobacterien om steeds ingewikkelder chemische grondstoffen te maken. Binnen vijf jaar zien ze een grote fabriek in Spanje staan die op commerciële schaal chemische grondstoffen zal maken. Met niets anders dan zonlicht, CO2 en water. In een bijzonder elegant proces dat bestaat uit een combinatie van fotosynthese en fermentatie. ‘U vraagt en wij draaien, we kunnen alles maken,’ zegt Joost Texeira de Mattos, een van de microbiologen. ‘We zijn nu op zoek naar meer kapitaal om die fabriek te kunnen bouwen.’

Afgelopen
En zo waren er nog ruim 25 projecten (we gaan er op deze plaats een aantal behandelen). Niet allemaal even spectaculair, maar ruim voldoende om alle aanwezigen in de zaal enthousiast te maken over de mogelijkheden van de biobased MKB-ondernemers, die vaak maar een klein zetje – iets tussen een half en een heel miljoen euro – nodig hebben om een spectaculair product op de markt te zetten. Beter gezegd, te ontwikkelen, want echt op de markt was nog niemand. Dat was het mooie van de middag. Iedereen aanwezig kreeg er een gevoel van: dat komt wel goed met die biobased wereld.

Zuur dus dat het afgelopen is, want het gaat meestal om projecten waarbij behoorlijk wat uithoudingsvermogen vereist is, waarbij Wageningen UR of een technische universiteit ondersteuning moet geven met wetenschappelijke en technologische kennis, waarvoor financiering moet worden gevonden en een product overtuigend in de markt moet worden gezet. ‘Heb je eindelijk iets leuks, iets voor het innovatieve MKB waaraan we zo’n behoefte hebben, is het alweer over,’ was een veel gehoorde verzuchting van de aanwezigen, die vrijwel allen het gevoel hadden dat we iets als dit toch zouden moeten doorzetten.

(Visited 5 times, 1 visits today)

Plaats een reactie