Ouders, laat je kind operator worden in de bio-economie

chemical operator 1Laat niemand zeggen dat de Europese Commissie zich niet druk maakt over wat zij de bio-economie noemt. Vorige maand hield de Commissie voor de eerste maal een soort hoorzitting over de rol die de regio’s spelen in bio-economie binnen Europa. Ze had er zelf nog niet zoveel idee van, maar ze liet zich graag bijpraten door bedrijven en organisaties uit het veld. Eind november organiseerde de Commissie in het fraaie Brusselse hotel Metropole een zitting over de kennis en vaardigheden die in Europa nodig zijn voor het succesvol bedrijven van die bio-economie. En het was ook voor de eerste maal dat Europa de lappendeken van ieder die aan bio-economie doet, op deze manier onder de loep nam. ‘New Skills for a European Bioeconomy’. Wij spreken liever over de biobased economy. De bio-economie omvat daarnaast ook de boeren en de primaire sector.

Wil dat nu zeggen dat de bio-economie een ongeorganiseerde rotzooi is? Zeker niet, het aantal industriële en universitaire activiteiten is enorm. Maar iedereen doet het wel op zijn eigen manier, en van een Europese lijn of eenheid is weinig te bespeuren. Niet zo gek natuurlijk, elk land – vaker nog de lagere overheid – organiseert zijn eigen onderwijs; en elk land heeft zijn eigen regels voor het bedrijven van industriële bio-economische activiteiten. Probeer daar naar eens een lijn in te ontdekken. Die is er niet en komt er ook niet.

We hebben vooral technici nodig
Maar duidelijkheid over de vaardigheden waarover iedereen in dit veld zou moeten beschikken, zou de Europese bio-economie natuurlijk wel gemakkelijker maken. Als je iemand van de andere kant van Europa – met een bepaald diploma – zou inhuren, zou je tenminste weten wat voor een opleiding die bewuste persoon heeft gevolgd. Nu zijn wetenschappers al een heel eind met het organiseren van curriculae in de biobased economy. Het gaat dus vooral om de andere niveaus. Want hoewel er veel banen voor kenniswerkers in de bio-economy beschikbaar zullen komen, hebben we in deze nieuwe bedrijfstak nog veel meer technici nodig, mensen die het moeten gaan uitvoeren. En dat is belangrijk, want hoewel Europa volgens de Commissie van topkwaliteit is in ‘industriële biotechnologie voor de productie van chemicaliën, enzymen, voedsel en voedingsmiddelen’,  zijn haar industriële prestaties op dit punt marginaal. Slechts enkele procenten in de maakindustrie op wereldschaal.

Chemical Operator 2Wat verdient een wachtchef?
Maar we hadden het over onderwijs en vaardigheden voor de werknemers in de bio-economie. Op universitair niveau is men volop met opleidingen aan de slag. Daarbij viel op dat vrijwel iedereen van de ruim dertig sprekers op het congres van de EC, uitgebreid over de ‘zachte’ vaardigheden begon, zaken als communicatie en entrepreneurship, die de  nieuwbakken kenniswerkers in de bio-economie niet mochten ontberen. Zo is het profiel van de nieuwe Europese industriële ingenieur (een Europees initiatief) doortrokken van deze zaken; bovendien behoort een uitgebreide stage in de industrie tot de  vereisten. Maar op de lagere niveaus is zelfs nog maar nauwelijks over die opleidingen nagedacht. Eigenlijk sprak alleen Mark van Waes van het Bio Base Europe Training Center in Terneuzen over de opleiding voor alle geledingen in de biobased industrie. Tekenend was het feit dat niemand in de zaal op zijn vraag hoeveel een operator (wachtchef) bij Dow Chemical verdient, het antwoord wist (dat is overigens meer dan 100.000 euro per jaar, dus ouders laat je kind vooral operator worden in de chemische of biobased industrie voor een goede toekomst. Maar ja dat zegt de VNCI al jaren).

Europa moet e-learning nog ontdekken
Kortom de Commissie is bezig met de skills van de medewerkers in de bio-economie, maar of niveau en inhoud daar in goede handen zijn, is een andere vraag. De Commissie kan wel sturen en een algemene lijn bepalen, en mogelijk zijn we bij hen ook voor het stellen van eisen aan opleidingen aan het goede adres, maar uiteindelijk moeten de nationale staten of de lagere overheden het zelf doen. Misschien aan de hand van de Europese Commissie? Wat ik weinig bemoedigend vond was dat het woord e-learning gedurende twee dagen maar één keer is gevallen. En dat lijkt toch een oplossing gezien de haast en de gelijke eisen die zijn geboden. Het lijkt een belangrijk onderwerp; we komen erop terug.

(Visited 1 times, 1 visits today)

Plaats een reactie