Europa blijft achter door aarzeling

‘Jullie willen altijd meteen de perfecte technologie invoeren’, zo hielden de Amerikanen ons Europeanen voor, bij het afsluitende debat van EFIB, vorige week in Düsseldorf. Waarbij EFIB staat voor: European Forum for Industrial Biotechnology and the Biobased Economy. De perfecte technologie. En doordat er altijd een nóg betere technologie in de wachtkamer staat, of doordat we de bestaande technologie in Europa niet veilig genoeg vinden, wordt er eindeloos geaarzeld over de technologie die nú ingevoerd kan worden.

De technologie die nu op grote schaal kan worden ingevoerd, is industriële biotechnologie van de eerste generatie. Waarmee biobrandstoffen worden geproduceerd uit eetbare grondstoffen. Nadat Europa eerst flink had ingezet op de CO2-reductie die hiermee bereikt kan worden, komt het nu terug op dit beleid. Omdat de tweede generatie zich nu aankondigt. En omdat kostbare landbouwgrond verkeerd gebruikt zou worden. Waarom is Europa toch zo huiverig voor nieuwe technologie?

Supervoorzichtig
Dit aarzelende optreden wordt kenmerkend voor Europa. Soms terecht. Toen genetische modificatie (GMO) van landbouwgewassen opkwam, stortten vrijwel alle landen buiten Europa zich op deze nieuwe technologie, die grote verhoging van de oogst of kwaliteitsverbetering beloofde. Het is waar: het belangrijkste biotechnologische bedrijf (Monsanto) walste over alle bezwaren heen en zette daarmee de biotechnologie in een kwaad daglicht, tot op de dag van vandaag. Tot nu toe zijn de gevaren die Europa zag, niet opgetreden. Maar Europa blijft supervoorzichtig, en wil er nog steeds niet aan.

En nu dan de eerste generatie industriële biotechnologie. Weliswaar verdring je altijd ergens oogsten door eetbare grondstoffen industrieel te verwerken. Misschien vernietig je uiteindelijk kostbaar regenwoud of verdring je arme boeren. Maar doen we in feite niet hetzelfde als we steden uitbreiden, industrieterreinen en sportparken aanleggen, en Europese landbouwgrond uit gebruik nemen vanwege overproductie? Europa trapt op de rem, en ondertussen krijgen ze elders wel de technologie in hun vingers. Die ze voor de tweede generatie uitstekend kunnen gebruiken.

Geen subsidies, wel koopverplichting
Industriële biotechnologie brengt welvaart en werkgelegenheid naar het platteland. Industriële biotechnologie verwerkt niet alleen eetbare producten, maar vooral landbouw- en ander afval. Hij is milieuvriendelijk en geeft Europa de mogelijkheid haar uitgebreide technologische kennis te etaleren en wereldwijd te verkopen. De Amerikanen hebben in elk geval hun lessen geleerd. Hun zwaar gesubsidieerde eerste generatie bioraffinaderijen worden omgebouwd tot tweede generatie fabrieken. Subsidie wordt niet meer gegeven. Maar wel moeten alle overheidsinstellingen zoveel mogelijk biobased producten kopen, mits voorradig. In Taiwan hebben ze van de ene op de andere dag iedere winkel verplicht tenminste 20% bioplastics te gebruiken. Waardoor ineens een biotechnologische industrie ontstond. In Italië is de onafbreekbare boodschappenzak verboden, en ook daar is het verschil al merkbaar.

Misschien kan Europa nog kansen grijpen bij de herziening van de gemeenschappelijke landbouwpolitiek. Of gebruik maken van de grote vraag van consumenten naar groene producten. Of toch op de rijdende trein stappen van de technologie die zich razend snel ontwikkelt. Want dat was een van de meest opvallende punten op EFIB. Iedereen wil met elkaar zaken doen. Misschien kunnen ook de Europese overheden daardoor uiteindelijk over de streep worden getrokken.

(Visited 1 times, 1 visits today)

Plaats een reactie