Waardoor hebben vele jaren van klimaatbeleid geen invloed gehad op de wereldwijde uitstoot?

We doen nu al dertig jaar veel moeite in beleid en onderzoek om klimaatverandering tegen te gaan. Maar de wereldwijde uitstoot groeit nog steeds hard. Sinds 1990 hebben we meer CO2 uitgestoten dan ooit tevoren. Waardoor hebben we zo weinig succes? Dat komt neer op macht; die tot uitdrukking komt in dogmatische politiek-economische vanzelfsprekendheden; in invloedrijke gevestigde belangen die het technisch-economische denken beperken; en in ideologieën die macht rechtvaardigen. Alles volgens een artikel dat een jaar geleden verscheen in de Annual Review of Environment and Resources.

wereldwijde uitstoot
Door klimaatverandering smelten ijsbergen sneller. Foto: IJsberg bij Cape York, Groenland. Brocken Inaglory ,Wikimedia Commons.

Om binnen de grens van 1,5oC opwarming te blijven, zouden we nu de CO2-uitstoot ongelooflijk snel moeten terugdringen – omdat we daar in het verleden niet in geslaagd zijn. Vermindering met meer dan 10% per jaar zal nodig zijn. De wereld ligt duidelijk niet op dit pad. Daardoor smelten ijskappen, worden weersextremen normaal en komen levende soorten op de rand van uitsterven. Om dit allemaal te voorkómen, moeten we begrijpen waarom de wereld nauwelijks heeft gereageerd op het overweldigende wetenschappelijk bewijs van klimaatverandering.

Het Davos cluster

De auteurs zien drie clusters van oorzaken. Het eerste noemen ze wat ironisch het Davos cluster. In dit cluster hebben we te maken met wereldwijde discussies waarbij vragen van openbaar en bedrijfsmatig bestuur zijn uitgesloten, met gevestigde belangen van oliemaatschappijen, en met geopolitiek en militarisme.

klimaatdemonstratie
Voortdurend komen mensen in beweging voor het klimaat. Foto: 3e Wereldklimaatstaking, Berlijn 2019. Leonhard Lenz, Wikimedia Commons

Om te beginnen hebben ontwikkelde landen gefaald in het aan de orde stellen van klimaatverandering. Ze hebben gewoon niet de leiding genomen in deze zaak die zo bepalend is voor de toekomst van onze planeet. Bovendien hebben oliebedrijven en hun sympathisanten een succesvolle verdediging ontwikkeld. Eerst probeerden ze de wetenschap van klimaatverandering in diskrediet te brengen. Nu gaan ze subtieler te werk, en staan bijvoorbeeld achter aardgas als brandstof in de transitieperiode. Ook in dit cluster: als er veranderingen gaan plaats vinden, kunnen we deze niet meer terugdraaien. Elke verandering in de energieproductie van onze wereld gaat zonder meer gepaard met een andere machtsverdeling. Sociaal-culturele en politieke maatstaven zullen ook moeten veranderen. De maatschappij zou moeten veranderen! Zelf alweer een krachtige rem op verandering in energieopwekking.

Het cluster van ‘mogelijk maken’

In het tweede cluster, door de auteurs het cluster van ‘mogelijk maken’ genoemd, worden alle vragen teruggebracht tot kwesties die passen in de heersende sociaal-economische gedachtewereld. In dit cluster wordt aangenomen (en daardoor bevestigd) dat we moeten denken zoals gebruikelijk in termen van economie en financiën, dat onze modellen van klimaatverandering moeten voldoen aan de bestaande technisch-economische rationaliteit, en dat de energievoorziening grootschalig moet blijven. Maar juist doordat deze gedachten uitgaan van een ‘vanzelfsprekende’ rationaliteit, zijn ze ook vatbaar voor snelle verandering.

duurzame energie
Ondanks snel dalende kosten van duurzame energie hebben voorspellingen hun groei voortdurend onderschat. Beeld: gestandaardiseerde energiekosten. RCraig09, Wikimedia Commons. Klik om te vergroten.

Economische groei behoort tot die vanzelfsprekende rationaliteit. Inclusief bijvoorbeeld het behandelen van milieuschade in termen van kosten. Maar in hoeverre is het idee van ‘mogelijk maken’ houdbaar, nu dit al dertig jaar niet tot resultaat heeft geleid? Een van de factoren hierbij is het onderliggende technologisch optimisme van de beperkte technisch-economische rationaliteit. Zouden er geen andere factoren opgenomen moeten worden in onze beslismodellen, bijvoorbeeld op sociaal, politiek en ethisch terrein? Tenslotte: onze energiemodellen blijken beperkt. Tot nu toe hebben ze steeds de groei van duurzame energie onderschat. Geen van deze modellen geeft nog zicht op vervanging van al het fossiele energiegebruik. Maar natuurlijk: dit zou betekenen dat de bestaande energie-infrastructuur verouderd zou raken, en vóórdat deze zijn geld zou hebben opgeleverd, afgebroken zou moeten worden. Misschien zouden meer realistische modellen daar wel zicht op bieden.

Het cluster van de struisvogel en de feniks

Dit laatste cluster betreft algemeen gedeelde overtuigingen. Het cluster praat onrechtvaardigheid goed, net als levensstijlen met veel wereldwijde uitstoot van broeikasgassen en ‘sociale voorstellingen’: beelden van goed leven. Dit cluster is duidelijk het meest vatbaar voor nieuwe ideeën. Zoals ideeën en overtuigingen die een eind zouden kunnen maken aan de huidige patstelling over emissiereductie wereldwijd. Daarom zouden we hier het best kunnen beginnen.

leefstijl
Welvaart beschermt mensen voor klimaatschade. Foto: Sumers Lodge, Colorado, VS. Jeffrey Beall, Wikimedia Commons.

Neem onrechtvaardigheid. Onderzoek laat zien dat onrechtvaardigheid zorgt voor verlies aan binding tussen de kwetsbaren en de machtigen; voor uitholling van vertrouwen in de medemens, nodig voor collectieve actie; en voor een bevestiging van de elite in de klimaat-vijandige status quo. We moeten daarbij bedenken dat de rijkste 1% van de wereld meer dan twee keer zoveel broeikasgassen uitstoot als de armste 50%. En zulke ongelijkheden hebben hun invloed op alle maatschappelijke verhoudingen. Maar levensbedreigende schade door klimaatverandering komt vooral terecht bij de armen. Als we klimaatverandering serieus nemen, zou de last beter verdeeld worden. Dan zouden we minder vliegen of rijden met SUVs, minder grote huizen bouwen of meer dan één auto bezitten (om het bezit van luxe vakantiehuizen en privévliegtuigen maar niet te noemen). Onrechtvaardigheid zit ingebakken in het bestaande systeem.

Leefstijlen met hoge uitstoot worden vaak stilzwijgend gesteund: voorstellen gaan vooral over technologische vervanging en gedragsverandering. Ze gaan te weinig over het normaliseren en uitdijen van levensstijlen met veel uitstoot. Er zijn grote verschillen tussen levensstijlen, zelfs binnen verder gelijke sociale groepen en landen; maar tot nu toe hebben voorstellen voor beperking van de wereldwijde uitstoot niet mensen en levensstijlen met hoge uitstoot op de korrel genomen.

Kunnen we ons voorstellen dat de wereldwijde uitstoot gaat dalen?

Wij kunnen ons nauwelijks een aangename toekomst voorstellen zonder hoge uitstoot van kooldioxide. We denken altijd maar dat ons leven in de toekomst veel zal lijken op onze huidige levensstijl. Energie komt wel om de hoek kijken; maar dan vooral als beleidsvraagstuk – als nationale veiligheid bijvoorbeeld, of als kosten-baten analyse. Klimaatrechtvaardigheid komt nauwelijks aan de orde, net als vrijheid van discriminatie of gelijke verhoudingen tussen man en vrouw. Dat betekent weer dat beelden van toekomstig leven vaak minder aangenaam zijn. En dat doodt de wil tot verandering.

Al met al betekent dit dat het bestaande paradigma van ‘vooruitgang’ niet wordt aangetast. Daardoor worden alternatieven naar de marge gedrongen en blijft de hoge wereldwijde uitstoot voortbestaan. We zijn gevangen in vanzelfsprekende beelden van een maatschappij die veel energie nodig heeft.

De auteurs pleiten dan ook voor ‘meer uiteenlopende en diverse toekomstbeelden’. En voor leiderschap die deze bevordert. We moeten ons beter bewust worden van omvang en urgentie van klimaatverandering. Zodat we betere eisen kunnen stellen aan bedrijven, en zwaar vervuilende industrieën beter kunnen ontmantelen. We moeten ons ervan bewust zijn dat slechts een klein deel van de wereldbevolking, en van de bestaande industrie, verantwoordelijk is voor verreweg de meeste uitstoot. ‘Klimaatverandering en meer algemeen de milieucrisis vragen dringend om een politiek van bescheidenheid; dan kunnen we onze plek innemen in een groter levend geheel, in plaats van ons ervan af te zonderen.’

Uiteindelijk komt het neer op onze visie op de wereld

In onze visie op de wereld zijn ‘financiële maatstaven en indicatoren’ heel belangrijk geworden. Het blijkt moeilijk ‘externe effecten’ als klimaatverandering in de beschouwing te betrekken. Tot nu toe, schrijven de auteurs, ‘heeft het bestaande systeem door zijn macht en vanzelfsprekendheid de indruk weten te wekken, alles onder controle te hebben’. De uitdagingen worden ‘erkend’ en ‘verinnerlijkt’, maar de echte wereld is nauwelijks veranderd. Kijk maar naar de voortdurende groei van de wereldwijde uitstoot.

Toch zien de auteurs dat mensen vraagtekens beginnen te zetten bij de rationaliteit van de huidige ontwikkeling. We kunnen de klimaatverandering niet langer meer verhullen; mensen gaan ongemakkelijke vragen stellen. We naderen een kritisch omslagpunt. Welke kant we ook kiezen, de toekomst zal heel anders zijn dan het heden. Óf mensen maken keuzes die de koers van de samenleving veranderen; óf klimaatverandering gooit de orde van onze samenleving overhoop. ‘In beide toekomsten zijn zowel bestaande machtsverhoudingen als ideeën voortkomend uit het Davos cluster gewoon ongeschikt geworden.’

Ook de laatste klimaatconferentie, die in Sharm-el-Sheikh, faalde weer in het nemen van adequate maatregelen. Business-as-usual is niet veranderd: zijn sociaal-culturele en politiek-economische maatstaven staan nog recht overeind. Daardoor zullen toekomstige maatregelen nog ingrijpender moeten worden dan eerst.

Interessant? Lees dan ook:
Krachtig klimaatbeleid of vrijheid voor consumenten?
Klimaatdiscussie mist besef van urgentie
Roundup discussie: het lijkt wel het klimaatdebat

(Visited 45 times, 1 visits today)

Plaats een reactie