Verbod op plastics? Terug naar een wetenschappelijke onderbouwing

Intuïtief vinden veel mensen plastics slecht voor het milieu – maar zijn de alternatieven echt beter?

Oorspronkelijk gepubliceerd in Renewable Carbon News van het nova-Instituut.

plasticafval
De discussie over plastic wordt vooral gaande gemaakt door plastic afval. Afval in Batlapalem, Andhra Pradesh. Foto: Venkat 2336, Wikimedia Commons.

Plastics, een milieu-probleem?

Veel mensen vinden dat plastic een ernstig milieuprobleem is geworden. We kennen allemaal de beelden van plastic in de oceanen, dieren gevangen in plastic of met plastic in hun maag, en de groeiende zorgen over de opbouw van microplastics in levende wezens. Onze intuïtie zegt ons dat we plastics zoveel mogelijk moeten vermijden. Het beleid heeft deze tendens gevolgd en beperkt plastic nu met wetten en regels. De laatste twee jaar zijn er heel veel verbodsbepalingen gekomen voor gebruik van plastics bij bepaalde toepassingen. Het lijkt wel alsof er een wedstrijd gaande is over de vraag waar en hoe we het zonder plastics kunnen stellen. De Europese Richtlijn over het eenmalig gebruik van plastics (Single-use Plastics Directive, SUPD) is een goed voorbeeld van deze trend. Hij lijkt zich alleen te richten op het terugdringen van plastics om microplastics in het milieu te voorkomen, zonder al te veel te kijken naar de gevolgen op andere gebieden van duurzaamheid.

Maar wordt de publieke opinie ondersteund door de wetenschap, en vooral, door life cycle assessments, die de hele levensduur bekijken? Zitten we op het goede spoor?

Natuurlijk is de werkelijkheid ingewikkelder. Ten eerste blijkt uit levensduuronderzoek dat bij gebruik van metaal of glas in plaats van plastic, de CO2-uitstoot flink hoger uitvalt. Bij metalen en glas moeten we veel méér energie steken in productie en transport. Als de plastics gemaakt zijn uit hernieuwbare koolstof – uit groene grondstoffen, uit CO2 of gerecycled – in plaats van fossiele koolstof, valt de vergelijking nog gunstiger uit doordat de koolstof binnen de kringloop wordt gehouden.

appels
Bij goed gebruik en goede verwerking kunnen plastics heel nuttig zijn. Foto: Edna Winti, Wikimedia Commons.

Een vergelijking

Maar plastics scoren vaak ook goed als ze worden vergeleken met natuurlijke materialen. Als we een PE plastic tas, nu verboden in Europa, vergelijken met een katoenen tas, dan blijkt: de katoenen tas zou (afhankelijk van het betreffende onderzoek) 100 tot 200 keer gebruikt moeten worden om beter te scoren dan de éénmalige PE draagtas. En dan mag de tas ook nog eens níet worden gewassen, anders komt het milieueffect van het wassen er nog bovenop. Waardoor scoort katoen zo slecht? Vooral doordat er zoveel landbouwchemicaliën worden gebruikt bij de teelt, en door het ingewikkelde productieproces voor draad, lap en tas.

Ook de houten vorken die we nu vaak aantreffen bij snacks zijn dubieuze vervangers van plastic vorken. Productie van de houten vork uit de boom gaat gepaard met veel verlies; het proces vraagt veel energie; en als de houten vork op de afvalhoop of in de vuilverbrander eindigt, betekent dat het einde van dit stukje circulaire economie. De plastic vork wordt zeer efficiënt geproduceerd, kan vele malen worden hergebruikt indien goed ontworpen, en kan uiteindelijk worden gerecycled. Als het plastic bovendien is gemaakt van hernieuwbare koolstof, slaat de balans helemaal door.

Plastic verpakkingen

In Frankrijk mogen groenten nu niet meer worden verpakt in plastic film. Opnieuw: de bedoeling is begrijpelijk; maar dit brengt niet alleen het gevaar met zich mee van hogere CO2-uitstoot doordat voedsel verloren gaat, maar ook dat van lagere kwaliteit van de groente. James Wong gaat hier dieper op in, in een artikel ‘Plastic voedselverpakking heeft een slechte reputatie, maar is dat altijd verdiend?’ (New Scientist, 1 (online) of 4 (in druk) december 2021):
‘Wie minder onnozel is, zou over het hoofd kunnen zien dat fruit en groenten nog altijd levende organismen zijn, die voortdurend op ingewikkelde manieren in contact staan met de omringende wereld; soms gaat het product daardoor achteruit. Onder het licht in de supermarkt gaat de fotosynthese nog altijd door, waarbij nieuwe verbindingen ontstaan en andere worden afgebroken; en waarbij zij zelfs groeibevorderende stoffen kunnen uitstoten met effect op producten op de toonbank om hen heen.

Om zulke enorm ingewikkelde reacties te onderzoeken, en om hen te onderdrukken, is er een nieuw vakgebied ontstaan: naoogst-technologie. Dit bestaat nu ongeveer een halve eeuw en heeft geleid tot slimme uitvindingen; een daarvan is inpakken, dat de ‘shelf life’ van gewassen sterk heeft verbeterd. Daarmee wordt afval tegengegaan; en het verbetert de voedsel- en geurkwaliteit.

Bij een onderzoek uit 2021 bijvoorbeeld bleek dat komkommers ingepakt in krimpfolie veel minder vocht verliezen tussen kweker en consument dan de ‘kale’ komkommer; de shelf life wordt wel 60% langer. Het afzien van dit inpakken heeft daardoor veel gevolgen voor het voedsel, omdat het product vaak verloren gaat voordat het wordt geconsumeerd.

De voordelen van plasticverpakking zijn niet alleen verlengde shelf life, maar ook behoud van de voedselkwaliteit. Broccoli is een goed voorbeeld. Deze kan tot 80 procent van zijn glucosinolaten verliezen (een groep fytochemicaliën die verantwoordelijk wordt gehouden voor een paar essentiële gezondheidseffecten van de groente), als deze los in de supermarkt uitgestald wordt, vergeleken met de ingepakte versie in de koeling. Men heeft zulke effecten gevonden bij veel groenten, een van de redenen waarom winkeliers betalen voor de extra kosten van de verpakking.’

Ook bij de CO2-uitstoot kan het verbieden van plastic verpakking ongewenste gevolgen hebben:
‘In een recent onderzoek van de Zwitserse Federale Laboratoria voor Materiaalwetenschappen en Technologie, gepubliceerd vóór de peer review, keken de onderzoekers naar de productie van komkommers. Ze vonden dat de plasticverpakking verantwoordelijk was voor slechts 1 procent van het totale milieueffect van het gewas, maar dat elke komkommer die moest worden weggegooid het netto milieueffect had van 93 plastic verpakkingen. Het onderzoek kwam tot de conclusie dat het plastic een positief effect had in termen van minder voedselverspilling: door verlenging van de shelf life is het netto positieve milieueffect van inpakken 4,9 keer zo groot als dat van niet-inpakken. Zo zie je maar, inpakken is een ingewikkelde en verwarrende zaak.’

Afvalinzameling

Natuurlijk betekent dit niet dat inpakken in plastic goed is in elk opzicht – maar met betrekking tot voedselkwaliteit en CO2-uitstoot, moet het blijven! Voor een duurzame toekomst hebben we verantwoorde wetenschappelijke richtlijnen en politieke besluiten nodig, geen beslissingen die in de eerste plaats het onderbuikgevoel dienen van consumenten en politici!

Natuurlijk moeten we ook andere kenmerken in het oog houden dan de CO2-uitstoot, zoals het uitstoten van microplastics in het milieu. Maar dit is een probleem van afval en afvalinzameling, dat apart bekeken zal moeten worden. Zo lang plastics terecht komen in de juiste huishoudelijke of industriële inzamelingssystemen, zullen macro- en microplastics niet terecht komen in het milieu.

Hernieuwbare koolstof

Tenslotte nog dit. Tegenwoordig worden plastics meestal gemaakt van fossiele aardolie, wat betekent dat ze ondanks efficiencywinst leiden tot nieuwe koolstof in de bovengrondse cyclus. Maar er is een systeemverandering in zicht, waarmee we kunnen overschakelen op hernieuwbare koolstof. Dan gaan we koolstof uit groene grondstoffen, CO2 of recycling gebruiken, en kunnen we een duurzame koolstofcyclus vormen. Als we plastics gaan gebruiken, dan wel de juiste!

Geschreven samen met Christopher vom Berg.

Interessant? Lees dan ook:
Gebruik meer plastics, zegt Michael Carus, maar wel verantwoord
Bioplastics: maak een eind aan de verwarring
Bioplastics uit kooldioxide, nieuw en afbreekbaar

(Visited 3 times, 1 visits today)

Plaats een reactie