Gaia, en de zachtmoedige wraak van James Lovelock

In zijn boek The Revenge of Gaia (2006) bevestigt James Lovelock nog eens zijn idee dat de aarde, met zijn levende én dode natuur, een zelfregulerend systeem vormt. Een systeem dat nu tot het uiterste wordt beproefd door de mensheid, door de grote hoeveelheden CO2 die wij in de atmosfeer lozen. Lovelock beheerst zijn onderwerp volkomen; maar zodra hij het pad van de wetenschap verlaat en op het terrein van energiebeleid komt, verliezen zijn argumenten hun dwingende karakter en worden zij gemeenplaatsen. Maar toch: heel interessant.

James Lovelock
James Lovelock

The Revenge of Gaia, Why the Earth is Fighting Back – and How We Can Still Save Humanity was één van de boeken die ik meenam uit de boekenkast van Paul Reinshagen, mijn goede vriend en mederedacteur van deze site, veel te vroeg overleden. Ik had nog nooit iets gelezen van Lovelock zelf (maar veel over hem), en verwachtte min of meer een grimmig boek, de wraak van Lovelock zogezegd, een antwoord op de felle kritiek vanuit de wetenschap, zeker gezien de onheilspellende titel. Maar ik las de tekst van een zeer vriendelijke toen 87-jarige man, in every inch a gentleman, die niemand met name aanvalt en die zelfs een tegenstander als Richard Dawkins dankt omdat hij zijn standpunt zo helder verwoordt.

De precaire toestand van Gaia

De mensheid, zegt Lovelock, brengt om louter egocentrische motieven de stabiliteit van Gaia, het hele systeem, in gevaar door de uitstoot van enorme hoeveelheden van dat ultieme gif, CO2. Vele soorten zijn al uitgestorven, en vele zullen nog volgen; we zouden binnen een halve eeuw de planeet zelfs onbewoonbaar voor onszelf kunnen maken, afgezien van een paar poolgebieden. Dit zou een erg gewelddadige wereld kunnen worden, met warlords in voortdurend gevecht over de paar overblijvende hulpbronnen. Gaia zal zeker voortleven, in een of andere vorm; maar of en in hoeverre ze nog plaats zou bieden aan de mensheid, is zeer de vraag. Lovelocks idee van Gaia als het beslissende zelfregulerende systeem waarvan al het leven op aarde afhankelijk is, betekent voor de ethiek dat het ultieme goed bestaat uit het welbevinden van Gaia, niet van de mensheid, en al zeker niet van het individu. ‘Gaia is een evolutionair systeem waarin elke soort, inclusief de mens, die maar veranderingen blijft aanbrengen ten koste van zijn nageslacht zal uitsterven…. We zijn in zekere zin terecht gekomen in een oorlog met Gaia, een oorlog die wij niet kunnen winnen. We kunnen maar beter vrede sluiten, nu we nog sterk zijn en geen gebroken zooitje’ (p.139-140).

The Revenge of GaiaMaar het IPCC denkt dat er veel minder schade zal ontstaan, het slaat veel minder alarm, zo zal men zeggen. Dat is waar, maar hier heeft Lovelock als wetenschapsman een onafhankelijk oordeel. Hij betoogt dat het onvermijdelijk lijkt dat de CO2 concentratie, nu 400 ppm, zal stijgen tot 500 ppm. In de afgelopen miljoen jaar is deze concentratie nog nooit zo hoog geweest – zoals blijkt uit de analyse van boorkernen uit het ijs van Groenland en Antarctica. We moeten teruggaan naar het Eoceen, 50 miljoen jaar geleden, om CO2 concentraties te vinden zo hoog als nu. En toen was de aarde 5 tot 8 graden warmer dan nu, en bestond deze grotendeels uit onbewoonbare woestijnen. Lovelock oordeelt zonder meer dat we die kant opgaan. Mede in het licht van de vele factoren die zouden kunnen zorgen voor verdere opwarming: meer absorptie van zonlicht als de ijskappen smelten, vrijkomen van grote hoeveelheden methaan uit de oceaanbodem en van onder de toendra’s; en de afwezigheid van duidelijke remmende mechanismen om verdere opwarming te voorkomen. En toch – de CO2 concentratie is al gevaarlijk hoog, en hoewel de relatie tussen CO2 concentratie en aardtemperatuur bewezen is, ervaren we niet de bijbehorende klimaatomstandigheden. Daarom tasten we wetenschappelijk gesproken in het duister: zal de aarde uiteindelijk toch opwarmen tot ondraaglijke temperaturen, maar met onbekende vertraging? Of zijn er onbekende remmende mechanismen die ons zogezegd gaan redden, hoewel we niet weten voor hoe lang? Op dit terrein bestaan teveel onzekerheden. In de risicotheorie zijn onbekende onbekenden de meest onhandelbare parameters. Hoewel Lovelock later toegaf dat hij teveel alarm had geslagen, houdt hij in het boek eenvoudig vast aan de bekende geschiedenis van Gaia en vermoedt hij dat we de drempel al zijn gepasseerd; een positie die hij zowel zachtmoedig als krachtig beargumenteert.

James Lovelock rond 1960
James Lovelock rond 1960

Logische gebreken

Maar als hij dan, als verantwoordelijke burger, onderzoekt hoe we verder moeten, verdwijnt het dwingende karakter van zijn argumenten als sneeuw voor de zon. De eminente wetenschapsman stommelt net als vrijwel iedereen rond op het gebied van energiebeleid, zonder logische consistentie en zonder samenhangende prioriteiten. Tot dat oordeel kom ik niet door zijn steun aan CO2-vrije kernenergie (die ik niet deel), maar eerder door zijn totale voorbijzien aan inefficiënt energiegebruik en wat we daaraan zouden kunnen doen. Het zou voor iemand die CO2 ziet als het ultieme gif toch ten hemel schreiend moeten zijn dat wij zo veel CO2 doelloos in de atmosfeer brengen: door onvoldoende isolatie van huizen en industriële buizen, ondoelmatige apparaten, en bovenal door eenvoudig gebrek aan aandacht? Maar Lovelock wijdt slechts één onbetekenende alinea aan inefficiënt energiegebruik – net als de meeste half-geïnformeerde burgers en beleidsmakers zouden doen. En zijn korte afwijzing van zonne-energie (te duur) laat zien dat zijn kennis van de wetten van technologieontwikkeling tekort schiet. Hij koestert grote verwachtingen van de steeds wijkende horizonten van de kernfusie maar ziet het milde alternatief dat voor het grijpen ligt, over het hoofd.

Lovelock bekritiseert terecht zowel het humanistische begrip duurzame ontwikkeling (of wat we ervan hebben gemaakt), als het christelijke begrip rentmeesterschap (beide ‘gekenmerkt door onbewuste hoogmoed’, p.176). Evenzeer terecht is zijn afwijzing van biomassa, volgens hem een energiebron die Gaia zelfs meer kwaad zou doen, indien op grote schaal gebruikt. En zijn kritiek op ons landgebruik, ‘alsof het land alleen van ons was’. Hij zette mij aan het denken bij zijn beschrijving van de uitgebreide voorzorgsmaatregelen bij het omgaan met radioactief afval en het vrijwel totaal ontbreken daarvan bij CO2 dat hij het grotere kwaad vindt. En hij slaagde er zelfs in, voorstellen te doen voor klimaatmanipulatie die ik niet direct afwees, zoals het veroorzaken van net een beetje mist boven de oceanen. Maar vooral waardeer ik hem door zijn zachtmoedige manier om onzelfzuchtigheid te formuleren als het ultieme doel, niet voor de mensheid, maar voor het leven als zodanig, voor Gaia.

(Visited 1 times, 1 visits today)

Plaats een reactie