Meervoudig gebruik van biomassa

Cascadering is de jongste beleidsterm voor meervoudig gebruik van biomassa: een gebruik waarin biomassa ‘boven in’ begint, als materiaal (zoals als meubel of groene plastic) en eindigt in de goedkoopste vorm: als energie. Cascadering wordt in beleidskringen breed ondersteund, althans met woorden. Maar in de praktijk wordt biomassa geleid naar de minst waardevolle toepassing. Bij het afvalbeleid hebben regeringen al lang geleden cascadering van afval afgesproken, in Nederland bekend als de ‘ladder van Lansink’: de ecologisch beste toepassingen zoals hergebruik en recycling hebben voorrang boven verbranding. Waarom wordt deze beleidslijn niet toegepast bij biomassa?

Miscanthus
Miscanthus: voor het maken van biobrandstoffen of eerst van composietmaterialen?

Meervoudig gebruik van biomassa zou zowel ecologisch als economisch voordelig zijn. Het milieuvoordeel is dat biomassa langer CO2 opslaat, in vergelijking met directe verbranding, als deze eerst wordt gebruikt in materiële vorm en pas jaren later wordt verbrand. En de hoeveelheid CO2-uitstoot die wordt voorkomen is voor beide opties op zijn minst gelijkwaardig. Het gebruik van biomassa als materiaal geeft in het algemeen zelfs een hogere reductie van CO2-uitstoot, omdat fossiele brandstoffen worden vervangen eerst bij de toepassing als materiaal (vaak zelfs twee-of drievoudig als het materiaal wordt gerecycled), en later nog een keer als de stof wordt gebruikt voor energieproductie. Het economisch voordeel is dat materialen meestal beter geprijsd zijn en dat hun productie meer waarde toevoegt. Voor de ontwikkeling van de groene economie is meervoudig gebruik van biomassa beslist nodig: bio-energie zal op zichzelf nooit voldoende waarde kunnen toevoegen om een nieuwe economische cyclus op gang te brengen.

Ongeldige argumenten in de discussie

In hun nieuwsbrief van april jl. zet het Duitse nova-Institut, een van de voorvechters van de groene economie, de argumenten pro en contra cascadering op een rij. Onze korte samenvatting: geen van de argumenten tegen meervoudig gebruik van biomassa zijn geldig.
•    ‘Cascadering kan niet verplicht worden gesteld’ – maar zoals nova opmerkt, niemand heeft ook zo’n verplichting voorgesteld.
•    ‘De markt is beducht voor nieuwe regels en bureaucratie’ – maar de huidige markt van biomassa, voor zover het gaat om energietoepassingen, is juist omgeven met vele regels; deze markt bestaat voor een belangrijk deel juist alleen dank zij deze regels.
•    ‘De markt vreest dat er minder biomassa beschikbaar komt’ – maar het gaat er alleen om, meer biomassa te leiden naar andere toepassingen dan energie, en omdat daarvoor veel minder biomassa nodig is, zal er nog ruim voldoende overblijven voor de energiemarkt.
•    ‘Hoe moeten we dan klimaatdoelen halen als er minder biomassa overblijft voor energie?’ – maar het onderzoek bij nova geeft aan dat toepassing van biomassa in materiële vorm tenminste zoveel CO2-uitstoot voorkomt als toepassing bij energieopwekking.
•    ‘Wordt de leveringszekerheid van energie niet aangetast als cascadering van kracht wordt?’ – maar leveringszekerheid van grondstoffen is net zo noodzakelijk als energiezekerheid, en dit doel zou juist worden gediend door materialen te maken uit (binnenlandse) biomassa.

Bio-energie
Veel biomassa wordt gebruikt voor de productie van bio-energie

Naar een beleid voor meervoudig gebruik van biomassa

Nova-Institut heeft een onderzoek uitgevoerd onder partijen op de biomassamarkt. De industriële partijen (chemie en plastics, papier en karton, afvalverwerking) denken dat ‘subsidies aan concurrerende toepassingen van biomassa’ het belangrijkste obstakel vormen voor cascadering; daarbij wijzen ze erop dat er geen vergelijkbaar beleid van kracht is ter bevordering van cascadering. Maar vanuit andere belangen ziet de wereld er toch heel anders uit: de bio-energiesector zelf denkt dat ‘gebrek aan samenwerking tussen partijen in de waardeketen’ de belangrijkste belemmering vormt.

Samenvattend stelt nova-Instutut dat subsidies en andere regels die bio-energie bevorderen, op twee manieren het meervoudig gebruik van biomassa tegenwerken. De eerste manier betreft direct concurrentie: door de subsidie kan de sector bio-energie hogere prijzen betalen. De tweede manier is indirect: doordat de vraag naar biomassa toeneemt, stijgt de prijs van biomassa, en daardoor ook die van landbouwgrond; dit heeft uiteindelijk een negatief effect op alle andere toepassingen van biomassa. In dit opzicht staat het Europese energiebeleid de ontwikkeling van een groene economie in de weg. Europese Commissie en parlement zullen de regels moeten veranderen, als zij werkelijk een sterke industriële sector op basis van groene grondstoffen in Europa willen ontwikkelen.

(Visited 1 times, 1 visits today)

Plaats een reactie