Nog altijd eenzijdige nadruk op gebruik van biomassa voor energie

Vorige maand bereikte het Europese Parlement eindelijk overeenstemming over een nieuw compromis over het gebruik van biomassa voor energie. Nova Institut zette de belangrijkste gevolgen van deze nieuwe regels voor de (concurrerende) biochemicaliën- en biomaterialensector op een rijtje.

Biomassa
Biobrandstoffen en biochemicaliën concurreren met elkaar om de grondstof biomassa.

Concurrentie om biomassa

Vanaf het begin van het Europese beleid om de uitstoot van CO2 terug te dringen heeft dit negatieve gevolgen gehad voor de groene chemische industrie. Het energiebeleid stimuleerde het gebruik van biomassa in de energiesector, waardoor de prijzen werden opgedreven. Groene chemische industrieën, voor zover ze gebruik maken van dezelfde grondstof, moesten hogere prijzen gaan betalen voor biomassa. De groene chemische industrie vocht niet de noodzaak aan van een duurzaam energiebeleid, maar probeerde wel dezelfde voorrechten te krijgen als de energiesector. Altijd legt de groene chemische industrie er de nadruk op dat deze uit zichzelf veel toegevoegde waarde en werkgelegenheid uit biomassa biedt. Laten we duidelijk zijn: naar verhouding veel meer toegevoegde waarde en werkgelegenheid dan de bio-energiesector, die alleen bestaat dank zij subsidies en verplichtingen. Maar tot nu toe heeft dat niet veel geholpen, het nu in het Europese Parlement bereikte compromis houdt hier nog steeds geen rekening mee.

Het duurzame energiebeleid van Europa wordt voortdurend herzien, vooral met betrekking tot biomassa, tot wanhoop van de industrie die een langetermijnperspectief nodig heeft voor investeringen. Het beleid rond biomassa is van vele kanten onder vuur genomen; de invloedrijkste kritiek kwam van maatschappelijke organisaties die de nadelige gevolgen van veranderingen in landgebruik aan de orde stelden, vooral in arme landen waar kleine boeren uitgekocht konden worden voor de vestiging van grootschalige energieplantages. Of meer subtiel: indirecte veranderingen in landgebruik (Indirect Land Use Change, ILUC) doordat rijke landen meer energiegewassen gingen verbouwen, met verplaatsing van voedselgewassen naar andere landen. Daarom is het belangrijkste doel van het huidige compromis, deze ILUC tegen te gaan. Maar de nieuwe regels noemen niet de bestaande concurrentie om biomassa en landbouwgrond tussen de sectoren energie en chemie, laat staan dat zij deze in overweging nemen.

Tall-olie
Tall-olie (vloeibare hars) wordt ten onrechte behandeld als afvalproduct.

Voor- en nadelen

Voor de groene chemische industrie zitten er voor- en nadelen aan de nieuwe regels. De grootste nadelen zijn het gevolg van een nieuwe lijst van afval- en reststoffen die kunnen worden omgezet in biobrandstoffen. Biobrandstoffen uit deze afvalstromen zullen worden dubbel geteld bij het berekenen van de prestatie van landen bij het voldoen aan de Europese richtlijn. Daarom hebben producenten van biobrandstoffen hier een sterke positie en zullen ze hogere prijzen kunnen betalen. Sommige van deze afvalstoffen worden al door de groene chemische industrie gebruikt als grondstof, zoals glycerol en dierlijk vet. Andere producten als algen en lignine (waarom zijn dit eigenlijk afvalstoffen?) staan ook op de lijst; chemische onderzoekers zijn druk bezig met de ontwikkeling van methoden om deze om te zetten in groene chemicaliën, maar als de prijs van deze stoffen te hoog wordt, zal dat onderzoek niet leiden tot investeringen. Maar de grootste fout hier is het opnemen van tall-olie (vloeibare hars), een bijproduct van de papierbereiding, die al jaren wordt gebruikt voor het maken van chemische producten. Producten als substituten voor antibiotica in diervoeding, banden, verven, inkten, lijmen, en stoffen die hergebruik van asfalt mogelijk maken. De nu voorgestelde regels kunnen tot gevolg hebben dat deze grondstof gebruikt gaat worden voor het maken van biobrandstof, met lagere toegevoegde waarde en waarschijnlijk minder werkgelegenheid.

Maar Nova Institut ziet ook positieve effecten. Het grootste daarvan is een grotere rol voor elektrisch vervoer (uit duurzame bronnen) als middel om een lagere CO2-uitstoot te bereiken. Hierdoor zal er minder vraag zijn naar biobrandstoffen, en daardoor minder vraag naar land en biomassa om deze te produceren. Dit werkt ‘sterk’ ten gunste van groene chemicaliën en materialen, aldus Nova Institut, maar pas op den duur. Dus er moet nog veel werk gedaan worden om de groene chemische industrie en zijn noden op de politieke agenda te krijgen. Nova wijst er wel op dat de regeling die nu wordt aanvaard, slechts geldig zal zijn tot 2020 – zodat de eerste schermutselingen voor de periode daarná binnenkort al zullen beginnen.

(Visited 5 times, 1 visits today)

Plaats een reactie