Waarom Europa haar eigen tweede-generatie biobrandstoffenbeleid ondermijnt, terwijl de VS snel vooruit gaat

Het Europese biobrandstofbeleid werd eerder dit jaar geherformuleerd, om de ontwikkeling van tweede-generatie biobrandstoffen te bevorderen. Maar dit lijkt weinig effect te hebben: terwijl in Europa inderdaad tweede-generatie biobrandstoffen uit voedselafval worden geproduceerd, is er maar één Europese fabriek die tweede-generatie biomassa gebruikt: de Beta Renewables fabriek in Crescentino, Noord-Italië, die werkt met technologie van Novozymes. Maar in de VS gebeurt het wel. De oorzaak ligt misschien in de hoge Europese grondstofprijzen, veroorzaakt door Europa’s eigen beleid: het stimuleren van bijstook van biomassa in kolencentrales.

Beta Renewables second generation plant
Tweede-generatiefabriek van Beta Renewables

Het wordt druk op de suikermarkt
Vorige week bracht het Amerikaanse Lux Research een rapport uit getiteld ‘Cellulosic Chemicals and Fuels Race to Compete with First-Gen Sugar Economics’. Het lijkt antwoord te geven op de vraag van vele critici naar de productiekosten van tweede-generatie biobrandstoffen. Mooie beleidsdoelstellingen, zeggen deze critici, om meer biobrandstoffen te produceren uit tweede-generatie grondstoffen als stro, maïsstengels en hout. Maar voorlopig blijven tweede-generatie biobrandstoffen te duur. Het rapport van Lux Research lijkt deze vraag te beantwoorden. ‘Lagere grondstofprijzen kunnen de prijzen van fermenteerbare tweede-generatie suiker’ (dat wil zeggen de grondstof voor biobrandstoffen en biochemische producten) ‘terugdringen tot $ 0.26/kg, vergeleken met $ 0.32/kg tot $ 0.36/kg nu, concurrerend met de suikers uit maïs of suikerriet,’ stelt Lux in zijn persbericht. ‘Hierdoor zouden biochemicaliën en biobrandstoffen kunnen worden gemaakt uit ruim voorradige non-food grondstoffen, waardoor ze beter kunnen concurreren met fossiele chemicaliën en brandstoffen.’

Deze nieuwe bron van goedkope suikers komt bovenop de zogenaamde isosuikers, geproduceerd uit zetmeel, waarover we eerder schreven. Op deze manier wordt het erg druk op de markt van suiker, de belangrijkste grondstof voor de biobased economy. Prijzen zullen dalen, goed voor de ontwikkeling van biobased economy, maar misschien een probleem voor producenten van suiker uit suikerriet en suikerbieten.

Grondstofaanvoer in Crescentino
De fabriek in Crescentino gebruikt als grondstof tarwestro, rijststro en arundo donax, een energiegewas met hoge opbrengst dat groeit op marginale gronden

Lage grondstofprijzen in de VS
Zoals Lux terecht benadrukt, zijn lage prijzen van groene grondstoffen de motor voor deze ontwikkeling (samen met steeds betere technologieën). Maar, en nu komt het: de prijzen van deze groene grondstoffen zijn in Europa veel hoger dan in de VS. Europa beschikt niet over een overvloedig aanbod van tweede-generatie biomassa, zoals maïsstengels in de VS. In Europa zouden houtpellets een geschikte alternatieve grondstof zijn. Maar juist de prijs van deze grondstof is in Europa de afgelopen jaren aanzienlijk gestegen, als gevolg van de grote vraag naar houtpellets voor bijstook in kolencentrales. Met name uit België, Italië, Nederland en Denemarken. We schreven al eerder dat dit de productie van biochemicaliën bemoeilijkt.

Dit zet Europa op een grote achterstand. ‘De basis-grondstofprijs in ons model was $ 70 per ton (kurkdroog). In het lage-kostprijsscenario zijn we uitgegaan van $ 45 per ton,’ schrijft Lux-auteur Andrew Soare in een e-mail. Vergelijk daarmee een prijs van € 140 per ton voor houtpellets (85% droog) in Europa. Omdat Lux berekent dat de totale productiekosten voor 21% afhankelijk zijn van de grondstofkosten, zou deze factor alleen al leiden tot een ten minste 30% duurder product, een onoverkomelijke barrière in deze potentieel zeer concurrerende, zij het nog niet bestaande markt. Maar, zoals Andrew Soare aantekent, ‘sommige partijen in Europa ontwikkelen goedkopere grondstofketens voor hout, of richten zich op energiegewassen, tarwestro, of huishoudelijk afval.’

In Europa moet biomassa voor de tweede-generatie suikers ook nog concurreren met toepassing in droge anaerobe vergisting tot biogas, dat waarschijnlijk goedkoper kan worden gemaakt en waarvoor de waarvoor de toetredingsdrempels lager zijn. Biogas voor transport bedient dezelfde gebruikssector als bio-ethanol, zodat de twee routes elkaar beconcurreren.

Technologische ontwikkeling
Lux denkt dat enzymatische afbraak van cellulosehoudende biomassa misschien niet de technologische winnaar zal zijn. Dat is een opmerkelijke conclusie, na alle inspanning van bedrijven als DSM en Novozymes voor de ontwikkeling van enzymatische routes. Lux analyseerde vijf technologieën met klassieke chemie, op basis van verdund zuur, ammonia fiber expansion, stoomexplosie, superkritische vloeistof en geconcentreerd zuur. Analisten van Lux bouwden een model voor een fabriek van 700.000 ton per jaar om deze vijf hoofdroutes te bestuderen. ‘Enzymen zijn de duurste variabele in de prijzen van cellulosesuiker, en de superkritische vloeistof- en geconcentreerd zuur-processen die geen enzymen nodig hebben, zijn in potentie de goedkoopste opties – hoewel er wel technologische risico’s zijn,’ zegt Lux.

Maar wat betekent dat voor Europa, waar de biogasroute een serieuze concurrent voor de omzetting van biomassa in tweede-generatie suikers zal zijn? ‘Een aantal groepen maakt vorderingen in de productie van tweede-generatie suikers in Europa, waaronder Beta Renewables en Clariant,’ schrijft Andrew Soare. ‘De productiekosten in de VS zijn lager, maar met de dubbeltelling-wetgeving in de EU in reactie op ILUC, kan de Europese markt voor cellulosehoudende suikers op de lange termijn beter worden.’ Ja, ‘op de lange termijn’. Maar zal dat wel snel genoeg voor de Europese industrie? Of moeten we eerder denken aan Keynes’ beroemde zin: ‘In the long run, we are all dead’?

(Visited 2 times, 1 visits today)

Plaats een reactie