Kweekvlees, misschien binnenkort

De site sciencelink.net besteedde kortgeleden aandacht aan kweekvlees. Dat is niet volledig vegetarisch; want de code voor het maken van vlees moet komen uit een dier. Maar toch: het biedt veel kansen voor het vervangen van ‘dierlijk’ vlees. Hoe staat het ervoor?

kweekvlees
De eerste gekweekte hamburger wordt hier gebakken, op een perspresentatie in Londen op 5 augustus 2013. Hij werd ontwikkeld door een team van onderzoekers onder leiding van Mark Post van de Universiteit Maastricht en kostte € 250.000. Foto: Wikimedia Commons.

Het oordeel van de consument is doorslaggevend

We kennen allemaal vegetarische vleesvervangers. Populair in de supermarkt, hoewel de verkoopcijfers nog bescheiden zijn. Steeds meer mensen zijn flexitariër: soms eten ze vlees, soms vleesvervangers. Zal kweekvlees hen overtuigen? Binnen tien jaar zullen we het antwoord weten; wanneer kweekvlees op de markt komt, en kan worden beoordeeld door consumenten op prijs en smaak. In beginsel, schrijft sciencelink.net, biedt kweekvlees grote voordelen. Het is veel beter in termen van dierenwelzijn, milieuvervuiling en voedselveiligheid. Zal dat genoeg zijn om consumenten te overtuigen? En welke rol zal de prijs daarbij spelen?

De gekweekte hamburger is nog geen tien jaar oud. De eerste werd geserveerd op 5 augustus 2013 aan voedingsdeskundige Hanni Rützler, live op de Britse televisie. Hij smaakte prima vond ze, al was hij wat droog. De prijs was nog wat aan de hoge kant: € 250.000. In Europa is de kunstmatige burger nu nog niet te koop. Eerst moet het productieproces springen door de hoepel van de Europese regelgeving – en de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA) heeft nog niet vastgesteld hoe kweekvlees beoordeeld moet worden. Maar in Singapore is sinds 2021 kunstmatig kippenvlees te koop, van het Amerikaanse bedrijf Eat Just.

De voordelen van kweekvlees

Wat zijn de voordelen van kweekvlees? Ten eerste: er zijn veel minder dieren voor nodig. We kunnen kweekvlees maken als we beschikken over dierlijke stamcellen. Deze krijgen we bijvoorbeeld uit een levende koe, via een spierpunctie onder plaatselijke verdoving. Volgens Mosa Meat, het Nederlandse kweekvleesbedrijf, kun je met één punctie zo’n 80.000 hamburgers maken. We zeiden al: kweekvlees is dus niet helemaal diervrij. Maar er is een groot verschil met dierlijk vlees. Als we een koe slachten, krijgen we daaruit slechts circa 3.000 porties.

bio-industrie
Met kweekvlees hebben we geen bio-industrie meer nodig. Foto: SlimVirgin, Wikimedia Commons.

Er zijn meer verschillen met dierlijk vlees. We hoeven voor de kweek het dier niet te slachten, wat het dierenleed enorm vermindert. Verder heeft kweekvlees ten opzichte van vlees uit de bio-industrie veel minder invloed op het milieu: er is minder land, water en diervoeding nodig. De uitstoot van broeikasgassen is veel lager – alleen al van kooldioxide en vooral van methaan, door de koe losgelaten bij het boeren. Voedselveiligheid en gezondheid van kweekvlees zijn beter. Er zijn geen antibiotica nodig tijdens de productie. En als we ons vlees niet meer betrekken van de koe, is er ook minder kans op overdracht van ziekten van koe op mens. Maar zoals gezegd, de beslissende factor bij het slagen van kweekvlees ligt bij de consument. Zal deze binnenkort het biefstukje laten staan en overschakelen op het gekweekte alternatief?

Hoe maken we kweekvlees?

Rundvlees bestaat uit spierweefsel van een koe, een bundeling van spiervezels. Gevuld met myofibrillen, lange eiwitketens die zich kunnen samentrekken. Verder zijn er zenuwen (zodat de spier kan gehoorzamen aan aansturing door de hersenen) en bloedvaten, die voedingsstoffen en zuurstof aanvoeren. Om de spier zit beschermend bindweefsel, en via pezen is de spier verbonden aan het skelet. Tussen het spierweefsel in zit vet. Spier- en vetcellen zijn bepalend voor structuur en smaak van het vlees. Levende wezens maken deze beide uit stamcellen.

Maar als we stamcellen uit een koe halen, zijn dat er maar heel weinig. Ze moeten zich eerst vermenigvuldigen. Dat gebeurt in bioreactoren – nu nog apart, binnenkort misschien samen. Die reactoren zijn gevuld met alle groeifactoren, signaalmoleculen, andere eiwitten en voedingsstoffen die de cellen nodig hebben. De bioreactor moet óók op het juiste moment het signaal afgeven dat de stamcellen zich moeten gaan ontwikkelen tot spier- of vetcellen.

Van cellen naar weefsel

Vroeger werden stamcellen opgekweekt met behulp van foetaal kalfsserum (FBS, fetal bovine serum). Maar dit was een dure en dieronvriendelijke methode. Mosa Meat deed onderzoek naar alternatieven en besloot in 2021 om de resultaten openbaar te maken; zodat de verdere ontwikkeling van kweekvlees zou worden aangemoedigd. Vooral de overgang van stamcel naar spiercel (of vetcel) luistert nauw. Voor elke diersoort moet het kweekmedium daartoe een specifieke samenstelling hebben. Zelfs aparte koeienrassen hebben hun ‘eigen’ medium nodig.

Uiteindelijk, met ingewikkelde recepten, krijgen we veel cellen die samen nog niet een stukje vlees vormen. In het lichaam is echter een extracellulaire matrix (ECM) aanwezig, die weefsels structuur en stevigheid geeft. Dankzij de ECM, zo schrijft sciencelink.nl, ‘kan een cel de omgeving waarnemen, signalen uitsturen en ontvangen, migreren en differentiëren. Stamcellen ‘luisteren’ als het ware naar aanwijzingen uit de matrix.’ Wel moeten natuurlijk de voorwaarden voor verdere groei behouden blijven, zoals doorbloeding; noodzakelijk voor de toevoer van voedingsstoffen en zuurstof.

Van weefsel naar bord

De ontwikkeling van kweekvlees begint nu vorm te krijgen. Bepalend voor het succes is toch of het product de juiste structuur en smaak heeft. Hebben we dat eenmaal onder de knie, dan kunnen we denken aan het maken van verschillende soorten vlees. Vlees van verschillende dieren; gelijkend op vlees van verschillende lichaamsdelen; producten die lijken op vis. Het lijkt allemaal op de ontwikkeling van andere diervrije producten – zoals kaas en leer.

Maar zitten consumenten wel op deze producten te wachten, zoals vraagt sciencelink.net zich af. Ja, misschien wel. Veel mensen zijn nieuwsgierig naar wat deze route ons zal kunnen brengen. Mits te zijner tijd de prijs goed is natuurlijk – daar is opschaling voor nodig, en daarvoor weer prijsdaling. Maar misschien is dit toch een kip-ei verhaal waar we uit kunnen komen. Voorstanders van kweekvlees wijzen erop dat de bio-industrie profiteert van subsidies. Deze drukken de kostprijs van het vlees; dit maakt de heuvel die kweekvlees over moet gaan, hoger. Maar de geschiedenis van innovatie bewijst: niets is in dit opzicht onmogelijk. Per slot van rekening is kweekvlees ook al verkrijgbaar in Singapore.

Interessant? Lees dan ook:
Nieuwe eiwitbronnen zullen het tekort aanvullen
Naar een nieuwe landbouwpraktijk
Een plantaardig dieet zou een groot klimaateffect hebben 

(Visited 174 times, 1 visits today)

Plaats een reactie