100 jaar strijd tussen chemie en bacterie, aflevering 1. Louis Pasteur vs. Robert Koch

Van langlopende conflicten is het nooit helemaal zeker wanneer ze zijn begonnen, of wat de oorzaak ervan was. En wie speelde precies welke rol? Dat wordt vaak bepaald door de beschouwer of door het tijdstip waarop men terugkijkt op de onenigheid. In Nederland kennen we uit de 17e eeuw vier Engelse zeeoorlogen. De Engelsen kennen er maar één: de laatste, en die hebben ze gewonnen. Onze 80-jarige oorlog komt in de Spaanse schoolboeken niet voor.

Project ‘100 jaar antibiotica’
Aflevering 1. Louis Pasteur vs. Robert Koch
Aflevering 2. Salversan  en de chemotherapie van Paul Ehrlich
Aflevering 3. Mercurochroom, Ehrlich’s chemotherapie op z’n Amerikaans
Aflevering 4. Opkomst van de chemie

Louis Pasteur
Louis Pasteur

De geschiedenis van de antibiotica kent veel zulke bijzonderheden. De ontwikkeling van penicilline kunnen we niet los zien van de grote verliezen aan mensenlevens in de Tweede Wereldoorlog. De ontwikkeling van Aspirine kent twee verhalen. De Frans-Duitse oorlogen hebben ook hun weerslag op de verhouding tussen de twee belangrijkste persoonlijkheden aan het begin van ons verhaal, Louis Pasteur in Parijs en Robert Koch in Berlijn. De uitvinder Paul Ehrlich van het eerste chemotherapeuticum, Salversan, komt in sommige boeken niet voor vanwege zijn afkomst. De uitvinder van de eerste sulfa, Gerhard Domagk, kan zijn Nobelprijs uit 1939 pas jaren na WO II in ontvangst nemen en loopt het bijbehorende geldbedrag mis.

Robert Koch
Robert Koch

Onze eeuwige strijd tegen ziektes en ongemakken heeft veel kenmerken van zo’n langlopend conflict. Zeker waar het infecties betreft. Het merendeel van de slachtoffers in WO I overleed aan een infectie; honderd jaar geleden werden heel veel onderzoekers daardoor gemotiveerd bij hun zoektocht naar medicijnen. De coronapandemie heeft ons er hardhandig aan herinnerd dat nieuwe infecties op willekeurige momenten de kop op kunnen steken. Afgezien van de HIV/Aids-pandemie hebben we een vrij lange periode van gewapende vrede gehad in de oorlog tegen infectieziekten. Dank zij de sulfa’s en de penicillines was onze angst grotendeels verdwenen. Maar onze (over)grootouders van voor 1940 waarschuwden ons maar al te vaak: ‘Pas maar op dat je niets krijgt’. Daarmee bedoelden ze dat je altijd bedacht moest zijn op, meestal levensbedreigende, infecties. De wetenschap had in de ogen van de meeste mensen van toen nog maar pas uitgevonden dat micro-organismen, met name bacteriën en virussen, de veroorzaker van de meeste infecties waren. En de geneesmiddelen daartegen waren nog bij lange na niet algemeen bekend.

micro-organismen
Beelden van de vijand. De structuur van een bacterie en voorbeelden van bacterievormen (commons.wikimedia.org). De meeste bacteriën zijn zo’n 0,001-0,005 mm lang. De grootte kan per soort echter nogal variëren: van 0,0001 mm tot 0,75 mm (klik om te vergroten).

Het behoort wel al lang tot de algemene kennis dat er micro-organismen bestaan. Iedereen weet van de ontdekking der microben door Anthoni van Leeuwenhoek met zijn eigengemaakte microscoop. In september 1697 wordt hij gekweld door ernstige kiespijn. Zo erg, dat hij de ontstoken kies eigenhandig verwijdert en onder zijn vergrootglas legt. In de pus tussen de wortels van de kies ontwaart hij duizenden kleine levende ‘diertjens’. Naderhand ontdekt hij ze overal. In een waterdruppel kunnen er naar zijn berekeningen wel twee miljoen voorkomen. Maar Van Leeuwenhoek legt nog geen relatie met gezondheid en hygiëne. Die wordt pas in het voorjaar van 1847 ontdekt door Ignaz Semmelweis in de geboortekliniek te Wenen. Hij slaagt erin, sterfte door kraamvrouwenkoorts grotendeels te onderdrukken door een regime van handen wassen en ontsmetten. Maar Semmelweis krijgt zijn zeer verdiende erkenning niet en hij overlijdt, geestesziek, door een infectie op 47-jarige leeftijd in een krankzinnigengesticht. De Engelsman Joseph Lister, die de hygiëneprincipes van Semmelweis uitbreidt tot de gezondheidszorg in veel bredere zin, krijgt die eer als mensenredder wel; hij wordt op zijn 70e tot Lord benoemd. Aan hem hebben we ook de eerste belangrijke ontsmettingsmiddelen te danken als carbolzuur (fenol), en de introductie van steriel werken.

Rottend fruit
Rottend fruit. Shutterstock: 1665686575

De strijd tegen de bacterie komt pas echt op gang door het werk van de chemicus Louis Pasteur (1822-1895) in Parijs en de medicus Robert Koch (1843-1910) in Berlijn. In 1877 ontdekken ze min of meer onafhankelijk van elkaar dat miltvuur bij schapen door een bacterie wordt veroorzaakt. Die ontdekking wordt al snel gevolgd door het identificeren van de bacteriën die tuberculose en cholera veroorzaken. Hand in hand met deze ontdekkingen gaat de ontwikkeling van vaccins (serums) op basis van injecties met verzwakte bacterieculturen. Het gebruik van dergelijke vaccins is al sinds 1796 bekend door de ontwikkeling van het koepokkenvaccin door Edward Jenner (1749-1823). Maar helaas, veel infecties kunnen we niet bestrijden met vaccins. Er zijn nieuwe wapens nodig. Bovendien, in het vervolg op de eerste successen van Pasteur en Koch ontdekt men dat een hele reeks ziekten wordt veroorzaakt door bacteriën: tyfus, malaria, difterie, longontsteking, dysenterie, slaapziekte en syfilis.

Intermezzo
De ontdekkingen van Pasteur en Koch gaan niet zonder persoonlijke wrijving. Beiden zijn toegewijde onderzoekers met sterke karakters. Hun werk speelt zich bovendien af in de context van de ‘eeuwige’ strijd tussen Frankijk en Duitsland. Ze verstaan en spreken elkaars taal niet. Daardoor ontstaan snel misverstanden in persoonlijke contacten bij wetenschappelijke ontmoetingen. Bovendien is hun kijk op de eigenschappen van micro-organismen fundamenteel verschillend. Koch en zijn Duitse collega’s zien deze als onveranderlijk. Volgens Pasteur kunnen ze zich aanpassen aan de omstandigheden, in lijn met de pas gepubliceerde theorie van Darwin. Voor Koch is dat wellicht een reden Pasteur van slordig werk te betichten. Bovendien is Pasteur geen medicus; op de kwaliteit en consistentie van zijn vaccins is (maar dat is achteraf bezien), wel het een en ander aan te merken. Maar ze werken wel! Merkwaardig genoeg ontwikkelt de chemicus Pasteur een immuuntheorie, met uitspraken over resistentie tegen medicijnen en de voorspelling dat er nog nieuwe infectieziekten aan zullen komen; terwijl de medicus Koch de basis legt voor toepassing van de chemie in de zoektocht naar wapens tegen infecties.

Voor het bredere publiek leidt het werk van Pasteur ertoe dat eindelijk het fabeltje uit de volksmond verdwijnt dat leven spontaan kan ontstaan (uit rottend vlees of fruit bijvoorbeeld). Het micro-leven van bacteriën, virussen, schimmels, fagen enz. en hun invloed op ons bestaan en onze gezondheid begint in brede lagen door te dringen. En ook dat niet alleen vaccins, maar ook chemicaliën een wapen kunnen zijn tegen infecties.

Gebruikte bronnen:
Wikipedia: alle genoemde eigennamen en producten
Pasteur-Koch: Distinctive Ways of Thinking about Infectious Diseases. Agnes Ullmann, Microbe Magazine, 22 juli 2011.
A short history of medicine, pg.175-185, E.H.Ackerknecht. Johns Hopkins University Press, 1982.
Antibiotics: from prehistory to the present day. Kate Gould, Journal of Antimicrobial Chemotherapy 71(3), 572-575, 2016.
Wetenschap overwint de microben. G.Venzmer (Nederlandse vertaling K.Frits), Uitgeverij Roskam, Amsterdam , 1943.  Waarschuwing! Dit zeer leesbare boek is van een omstreden uitgever. Van de iets meer dan 130 uitgaven die Roskam tijdens de bezetting op de markt bracht, waren er zo’n twaalf militaire werken, en ongeveer dertig boeken die politiek moeiteloos pasten binnen de nationaal-socialistische ideologie.

(Visited 19 times, 1 visits today)

1 gedachte over “100 jaar strijd tussen chemie en bacterie, aflevering 1. Louis Pasteur vs. Robert Koch”

Plaats een reactie