Is het leven maakbaar? 4.1 Honger in de wereld neemt toe

In september 2017 verscheen een rapport van de FAO over honger in de wereld. Volgens dit rapport leed 11% van de mensen op aarde honger in 2016, dat wil zeggen 815 miljoen mensen, 38 miljoen meer dan het jaar ervoor. Dit, na een geleidelijke daling in het voorafgaande decennium, is tamelijk schokkend. Temeer omdat het 155 miljoen kinderen beneden de vijf betreft. Volgens de FAO is het vooral te wijten aan veranderingen in het klimaat, een daling in economische groei, waardoor de voedselzekerheid afneemt, en vooral ook aan ernstige conflicten op diverse plekken in de wereld.  

Hans Tramper is emeritus-hoogleraar Bioprocestechnologie Wageningen Universiteit en reflecteert in een aantal essays op de geschiedenis van zijn vakgebied. Zijn stukken werden tot nu toe gepubliceerd op 18 juni, 30 juni, 11 juli, 22 juli, 19 augustus, 10 september, 21 september en 30 september 2018.

honger
Onderzoekster in een kas van het Indian Agricultural Research Institute, New Delhi. Foto: FAO.

Millenniumdoelen en honger

Het rapport van de FAO (Food and Argicultural Organization van de Verenigde Naties) is het eerste mondiale VN-overzicht van voeding en voedselveiligheid na het goedkeuren van de zeventien nieuwe duurzame ontwikkelingsdoelen van de VN, vastgesteld  in december 2015 tijdens de wereldklimaatconferentie in Parijs (zie Essay 1 en Essay 3 deel 3). Beëindigen van honger en ondervoeding voor 2030 is daarbij een van de internationale topbeleidsprioriteiten; in 2030 lopen deze tweede Millenniumdoelen af. In een speciale notitie onderzoekt de FAO hoe de mensheid in 2050 honger kan vermijden en op een duurzame manier voedsel kan produceren voor de verwachte bijna 10 miljard mensen.  Een business-as-usual benadering is onvoldoende aldus de FAO, zeker gezien de klimaatverandering en andere krachten (‘planetary boundaries’) die onze natuurlijke hulpbronnen bedreigen (zie Essay 3 deel 2). Daarbij moeten we vooral denken aan de hulpbronnen biodiversiteit, beschikbaar land en schoon (zoet)water, die alle drie essentieel zijn voor voedselproductie, landbouw, bosbouw en visserij. Naast inzet van conventionele technologieën moeten ook innovatieve nieuwe ontwikkelingen zoals bijvoorbeeld precisietechnologie, gentechnologie en moderne biotechnologie in het algemeen, sterk gestimuleerd worden om aan deze uitdagingen het hoofd te kunnen bieden.

hongerGenetisch gemodificeerde gewassen

Op 18 mei 1994 verklaarde de Amerikaanse FDA dat de transgene tomaat ‘Flavr Savr’ van de firma Calgene even veilig is als een gewone tomaat. Dit betekende de doorbraak van het eerste commerciële voedselproduct dat met behulp van de recombinant-DNA-technologie is gemaakt. Door het inbrengen van een extra stukje DNA is Flavr Savr genetisch zodanig gemodificeerd dat een bepaald gen niet tot expressie komt, dat wil zeggen dat het eiwit waarvoor dit gen codeert niet door de cel gemaakt wordt – men noemt dit antisense technologie. Het betreffende eiwit in dit geval is polygalacturonase (PG), een enzym dat het rottingsproces versnelt. PG breekt het pectine in celwanden af waardoor tomaten zacht worden en sneller gaan rotten. Deze genetische verandering maakt de tomaat tenminste tien dagen langer houdbaar. Het maakt het ook mogelijk deze tomaten volledig te laten rijpen en kleuren aan de plant. Dit in tegenstelling tot de meeste gewone supermarkttomaten, die groen geplukt worden en met etheengas (gebeurt vooral in de VS) worden behandeld om rood te worden, maar geen tijd krijgen om alle geur- en smaakstoffen te ontwikkelen. Flavr Savr is dus, zoals de naam al doet vermoeden, een smaakvollere tomaat met duidelijke voordelen voor de consument. Opvallend genoeg riep dit genetisch gemodificeerde gewas nauwelijks weerstand op. In 1995 kreeg Calgene ook toestemming om Flavr Savr in Canada en Mexico te verkopen. Onder de naam MacGregor werd de tomaat een aantal jaren in zo’n 3000 winkels verkocht, waarna hij uit de markt genomen werd omdat de opbrengsten te laag waren. Alles over Flavr Savr kan men lezen in een boek van Belinda Martineau, één van de onderzoekers van Calgene die aan de ontwikkeling van Flavr Savr heeft gewerkt. Het boek heet First fruit. The creation of the Flavr Savr tomato and the birth of biotech food (McGraw-Hill Education, 2002).

Sinds de introductie van Flavr Savr breidt het landbouwareaal met transgene gewassen zich jaarlijks in grote delen van de wereld sterk uit behalve in de EU, want daar zitten ze al jaren in de ban. De vier belangrijkste transgene gewassen van dit moment zijn: soja, maïs, koolzaad en katoen. Recente meta-analyses laten zien dat transgene landbouw veilige producten levert, onschadelijk is voor het milieu, en dus economisch en ethisch verantwoord. Toch ligt de plantengentechnologie al decennialang onder vuur. Anti-groeperingen zoals Greenpeace en Friends of the Earth spelen op meesterlijke wijze in op angst bij de leek voor super-onkruid, uitkruisen, etc., met als gevolg dat genetisch gemodificeerde gewassen vooral in Europa vrijwel geheel uitgebannen zijn. Wereldwijd zijn veel boeren daar ongelukkig over, temeer omdat megaonderzoek ook aantoont dat transgene gewassen en voedsel veilig en economisch zijn, sterker nog, dat het ethisch onverantwoord is ze te verbieden.

Fusies/Overnames

Op 21 mei 1997 werd Calgene door het Amerikaanse gentechbedrijf Monsanto overgenomen, een ontwikkeling die ik met lede ogen aanzag. De aankondiging vorig jaar september van het samenvoegen van de Duitse chemiereus Bayer met het inmiddels door velen gehate Monsanto heeft me zelfs behoorlijk ongerust gemaakt. Het zal inmiddels duidelijk zijn dat ik een voorstander ben van gentechnologie. Een groot voorstander zelfs volgens de antigentechbewegingen, maar met een van hun tegenargumenten ben ik het steeds meer eens. De macht over zaad, nieuwe gewassen en bestrijdingsmiddelen, en daarmee over de voedselketen, komt in handen van een zeer beperkt aantal multinationals. Een paar jaar geleden waren het er al heel weinig, maar nu blijven er maar drie over! Na drie grote fusies/overnames: Dow en Dupont in 2017, ChemChina en Syngenta (sinds oktober 2017 heeft ChemChina meer dan 98% van de Syngenta aandelen in handen), en nu dus ook Bayer en Monsanto. Op 16 augustus 2018 meldt Bayer: ‘Conditions for beginning Monsanto integration fulfilled.’ Op de betreffende webpagina zeggen ze ook, tamelijk hypocriet vind ik: ‘Today’s milestone means that the two leading innovators in agriculture will now come together as one to shape agriculture through breakthrough innovation for the benefit of farmers, consumers and our planet.’ Ik blijf het een bedenkelijke en beangstigende ontwikkeling vinden.

Doet Nederland nog mee? Nee! Wie gaat deze giganten in toom houden? De regeringen? Daar zag en ziet het niet naar uit. Na de presidentswissel in het machtigste land van de wereld werd ik pas echt ongerust over deze aanstormende overname en sinds 6 februari van dit jaar al helemaal, want wat ik op die dag in Business Insider las, daar rezen mij de haren van te berge. Half januari bleken de twee topbazen van Bayer en Monsanto een ‘productief’ onderonsje in de Trump-toren gehad te hebben met de grootste baas aldaar, en die is erg geporteerd van hun megalomane plannen. Op 17 januari jl. schreef het FD onder de kop ’Ook Bayer Monsanto door de knieën voor Trump’ dat deze combi de helft van hun agrarische onderzoeksbudget in de VS gaat spenderen en daarvoor enkele duizenden goedbetaalde hightech banen creëert.

Zijn de Amerikaanse boeren er blij mee? Vermoedelijk niet. De meeste verwachten een prijsstijging voor zaad en bestrijdingsmiddelen, waardoor kleinere familiebedrijven zeker in de problemen zullen komen. Gegevens verzameld door hun Farmers Business Network laten inderdaad zien dat een grotere marktdominantie correleert met hogere prijzen voor zaad en bestrijdingsmiddelen. En daar is geen enkele boer blij mee. Ik ben dus niet de enige die ongerust is.

Experimentele toepassingen

Uit de cijfers van het bovengenoemde FAO-rapport blijkt dat van de 815 miljoen hongerlijdende mensen in de wereld er 520 miljoen in Azië, 243 miljoen in Afrika en 42 miljoen in Latijns-Amerika en de Cariben zijn. Bangladesh is zo’n door honger en rampen geplaagd land. In 2014 keurde de regering daar de experimentele toepassing van genetisch gemodificeerde aubergines goed en twintig kleine boeren startten ermee. Nu, vier jaar later, is dat aantal ruim 27.000. In het volgende deel dit tot-nu-toe succesverhaal.

Interessant? Lees dan ook:
Genetisch veranderd voedsel
Genetische manipulatie goed voor duurzaamheid
Kwekersrecht, octrooirecht en genetische manipulatie

(Visited 3 times, 1 visits today)

Plaats een reactie