Topsectorbeleid, steeds dieper het moeras in

Eigenlijk zien wij, de redactie van deze site, dat hele topsectorbeleid in ons land al vanaf het begin niet zo zitten. Het ziet er naar uit alsof ieder opvolgend kabinet steeds wat nieuws wil bedenken om het Nederlandse bedrijfsleven aan het innoveren te krijgen en steeds weer hebben we het gevoel dat die overheid daarop een overheersende invloed wil blijven uitoefenen. De industrie staat erbij en kijkt ernaar en denkt: ‘we doen het zelf wel, of we doen het elders.’

Johnston Laboratories 1903
Wetenschappelijk onderzoek is al jaren de kern van innovatie. Foto: biochemisch lab, Johnston Laboratories, 1903

‘Bezorgdheid’
In februari stuurden 21 ondernemers een brief naar de minister waarin ze ‘hun bezorgdheid uiten’ over de organisatie van het voor innovatie bedoelde fundamentele onderzoek via NWO. Zo van, NWO berijdt haar eigen stokpaardjes – niets ten nadele van NWO trouwens, die hebben een wettelijke opdracht en voeren die uit – en zegt: innovatief onderzoek, prima, maar het moet wel passen binnen onze plannen. U zult niet verbaasd zijn dat de ondernemers met die manier van doen niet gelukkig zijn. Te ver van hun bed, en wat hebben ze over het algemeen te maken met de Nederlandse Organisatie voor Zuiver Wetenschappelijk Onderzoek (ZWO) zoals NWO vroeger heette?

Wat gebeurde er daarna? Alsof de mening van het bedrijfsleven er helemaal niet toe doet, ging de overheid vervolgens het toegepaste innovatieve onderzoek onderbrengen bij TNO. Een nieuwe vorm van organisatie van het topsectorbeleid dus; voor de overheid wel zo handig want ze heeft maar met twee organisaties te maken: NWO en TNO. Naar ik begrepen heb, gebeurde dat zonder dat de ‘boegbeelden van de topsectoren’ erin gekend waren. Flinke ego’s die je natuurlijk niet zomaar kunt passeren.

Noodsprong
Hoe is dit nieuwe onderdeel van het beleid opgezet? Onder de bestaande regiegroep wordt een nieuwe organisatie van drie expertgroepen opgezet, een voor fundamenteel onderzoek, een voor toegepast onderzoek en een voor industriële eigendom. Het lijkt een overzichtelijke aanpak, maar het is toch ook een noodsprong om NWO en TNO in te schakelen, en het is geen wonder dat de industrie ontevreden is. Ze krijgende maken met twee (expert)groepen waar ze geen binding mee hebben, plus de industriële eigendom-experts die voor innovatie natuurlijk heel belangrijk zijn.

En de waarnemers langs de zijlijn? Die zijn vooral verbaasd dat het innovatieve onderzoek ten dienst van het bedrijfsleven zal worden opgeknapt door twee organisaties die daar in feite niet geschikt voor zijn (TNO wordt algemeen toch meer gezien als vooral gericht op fundamenteel onderzoek en als duur). Dit scenario tekende zich al af toen de TNO-voorzitter onlangs liet weten dat hij de TTI’s (de voormalige Technologische TopInstituten) best onder zijn hoede wilde nemen. Verbaasde blikken alom, maar het blijkt dus toch waar te zijn. Dat wil zeggen, of die TTI’s ‘onder TNO komen is nog onbekend. Bovendien, hoezo een scheiding tussen fundamenteel en toegepast innovatief onderzoek? Innovatief onderzoek is onderzoek gericht op vernieuwing in het bedrijfsleven en dat heeft met fundamenteel of toegepast niet zoveel te maken.

Waar komt het geld vandaan?
Maar, boven dit artikel staat niet voor niets: ‘het moeras wordt dieper’. In de aanzet naar het topsectorbeleid – met Kerstmis 2011 stond het TKI-gebouw in de steigers; sindsdien is het tobben gebleven – schreven we regelmatig dat het allemaal mooi en aardig was op papier. Als je maar vaak genoeg het woord innovatie laat vallen dan lijkt het al gauw interessant nieuw beleid, maar vanaf het begin vroegen we ons af waar het geld eigenlijk vandaan zou moeten komen. Een vraag waar nog steeds geen duidelijk antwoord op is gegeven. De TKI’s, de uitvoerende programma’s binnen de topsectoren, zijn allang opgetuigd en vastgesteld. Daar moet het geld naartoe, en dat geld is er dus heel vaak niet.

En dan nog dit: de positie van het midden- en kleinbedrijf (MKB) in deze hele vernieuwingspoging. Zoals gewoonlijk gaat het geld dat beschikbaar is naar de grote bedrijven; deze hebben zitting in allerlei vertegenwoordigende gremia, en kunnen adviseurs leveren aan de overheid. Op zich is dat logisch, maar als je je toch wilt richten op innovatie, vergeet dan het MKB niet. Niet alleen op papier – in alle topsectordocumenten kom je op elke pagina minstens een keer het woord MKB tegen, en in elke raad van advies zit minstens een vertegenwoordiger van de kleinere ondernemingen. Maar de praktijk is nu eenmaal weerbarstig en daarin komen de kleintjes nauwelijks aan de bak. Ze hebben ook weinig op met Den Haag en met al die dure woorden gebruikende wetenschappers, om nog maar te zwijgen van alle formulieren die ze voor een klein beetje ondersteuning moeten invullen.

Heeft u ook het gevoel dat we steeds verder wegzakken in het moeras dat we topsectorbeleid noemen?

(Visited 2 times, 1 visits today)

Plaats een reactie