Voorbij food/fuel: betrek de chemie bij de strijd tegen honger

Oude graanpakhuisen
In de Middeleeuwen legden handelaren ook voorraden aan. Oude graanpakhuizen in Gdansk (Polen)

De wereldvoedsel-voorraden zijn eigenlijk erg laag. De voorraad bedraagt nu twee maanden; bij aardolie bedragen de strategische voorraden tenminste drie maanden. Zulke lage voorraden zijn mogelijk door de grote prestaties in JIT en logistiek; ze gaan ook steeds verder omlaag, terwijl hun omloopsnelheid omhoog gaat. Maar het wereldvoedselsysteem heeft hierdoor een erg lage buffer. Terecht maken veel mensen zich zorgen over de verdere aantasting van die buffer.

De natuurlijke neiging van het wereldvoedselsysteem is niet de buffers groter te maken, maar juist kleiner. Om kosten te besparen. Om kwaliteit en versheid te garanderen. Dat maakt het systeem erg kwetsbaar. Als er een voedselramp dreigt en de buffer raakt uitgeput, wat dan? We verspillen elk jaar door slechte opslag en nog slechtere distributie ongeveer 50% van de oogst; we zouden daarmee elke hongersnood kunnen lenigen, maar dat probleem lossen we zomaar niet op. Blijft over het ontginnen van extra akkers. Maar de cyclus van ontginnen en in productie nemen duurt drie à vijf jaar. Veel te lang om een acute ramp te voorkomen.

PUR schuim
Veel producenten proberen het gehalte groene grondstoffen te verhogen in producten als polyurethaanschuim (PUR)

Schakel de chemie in
Er is een alternatief. We vergroten de wereldvoedselproductie maar slaan de extra voorraad niet op; we gaan deze gebruiken voor het maken van chemische producten. Met de wettelijke bepaling dat deze grondstoffen moeten terugkeren in de voedselketen wanneer dat nodig is. Flexibel gebruik van grondstoffen. Op het moment waarop hongersnood dreigt, kan zo ineens een grote hoeveelheid voedingsmiddelen ter beschikking komen.

Naarmate de biobased economy zich ontwikkelt wordt de agrosector steeds meer betrokken bij de chemie-, materialen- en energiesector. De industrie gebruikt steeds meer landbouwproducten voor het maken van persoonlijke verzorgingsmiddelen, kunststoffen (biopolymeren), bouwmaterialen, lakken etc. De vraag naar biobrandstoffen zit nog steeds in een groeifase. Er ligt een grote druk op de industrie en landbouw om zo snel mogelijk over te schakelen van eerste generatie grondstoffen (eetbare producten) naar tweede generatie grondstoffen (reststoffen en houtige producten). Maar misschien is dat niet nodig. Als  industrie en agro instemmen met het flexibele gebruik van (eerste generatie) grondstoffen, creëren we veel zekerheid in de wereldvoedselsituatie. Want dan vloeien voedingsmiddelen weer terug naar de voedselketen in geval van nood.

Betrek de agrosector
Twee vragen zijn essentieel voor het slagen van dit plan. Ten eerste: kunnen we afdwingen dat de chemie haar nieuwe grondstof in geval van nood overdraagt aan de voedselautoriteiten, dan wel de agro verplichten niet aan de chemie of energieproducenten te leveren? We moeten daarvoor strikte condities stellen. Binnenslands zal dat gemakkelijker afdwingbaar zijn dan wereldwijd, maar het moet toch mogelijk zijn. De discussie hierover loopt al in de USA. Zou dat ook binnen Europa kunnen, bij de herziening van het Europese landbouwbeleid? Met name de USA zou haar traditionele positie van voedselvoorraadschuur weer in kunnen nemen door een maximale toepassing van schaliegas voor energie en chemie (al flink op stoom), en een flexibele inzet van graan voor ‘food, feed of fuel’. Gemakkelijk ook omdat met name graan eenvoudig voor langere tijden kan worden opgeslagen. Er zijn geen principiële bezwaren tegen een soortgelijk graanbeleid in de EU. Voor suiker zijn dezelfde mogelijkheden aanwezig. Naarmate de energieproductie minder afhankelijk wordt van biomassa (dank zij schaliegas, zon en wind) zal het managen van strategische voorraden van graan en suiker eenvoudiger worden.

Biobrandstoffen
Gebruik van biobrandstoffen is geen doel op zich meer

Food, feed en functionals
Ten tweede: zal de chemische industrie willen meewerken? In eerste instantie lijkt de chemie niet veel voordeel te hebben van dit voorstel. Evenwel ook geen nadelen. Maar als chemie, agrofood industrie en landbouwcoöperaties nu eens samen zouden optrekken? Dan zou zo nodig het areaal vergroot kunnen worden terwijl er meer zekerheid in het landbouwsysteem komt. Naarmate de chemie en de agrowereld dichter naar elkaar toegroeien – iets dat we als een noodzaak zien voor een succesvolle biobased economy – zal deze optie vanzelfsprekender worden. Het kan uitgroeien tot een unieke kans voor de agrosector om uit te groeien tot de primaire leverancier van ‘food,  feed en functionals’. Het gebruik van biomassa in de energievoorziening is hierbij geen doel op zich meer.

Laten we er eens voorzichtig op kauwen – om in de juiste terminologie te blijven. Laten we ook eens onderzoeken hoe agro en chemie tegen deze gedachte aankijken. En niet te vergeten de Europese voedselautoriteiten, die over twee jaar een nieuwe gemeenschappelijke landbouwpolitiek gereed moeten hebben. Deze gedachte zou zomaar kunnen worden meegenomen.

(Visited 1 times, 1 visits today)

4 gedachten over “Voorbij food/fuel: betrek de chemie bij de strijd tegen honger”

  1. Inschakelen van de agrosector is inderdaad uiterst belangrijk. Ik zou dat nog scherper willen stellen. We hebben een betere manier van produceren nodig, lokaal en omgevingsbewust. In een woord te vatten in permacultuur.

    Beantwoorden
  2. Er is voldoende voedsel in de wereld. Er zijn echter honderden miljoenen mensen die niet in staat zijn voedsel te kopen hoe groot de voorraad voedsel ook is. Het is beter om daar eerst aandacht aan te besteden.

    Beantwoorden
  3. Flexibel inzetten van grondstoffen (food, fuel, biobased) is een sympathiek idee maar heeft volgens mij grote gevolgen voor (planning, operationeel management) van industrie. In feit bestaat deze situatie nu al; in de VS en EU liggen fabrieken van biobrandstoffen regelmatig stil als prijzen van grondstoffen (vooral mais, koolzaad) te hoog zijn. Bij dalen van prijzen worden ze weer opgestart.

    Ik zou willen pleiten voor meer flexibiliteit in de teelt van de grondstoffen voor voedsel en andere toepassingen. Grote prijsfluctuaties ontstaan vooral bij ontsporen van evenwicht in vraag en aanbod. Dit komt doordat vraag sterk toeneemt (bv toepassing in biobrandstoffen) of aanbod achterblijft (bv door misoogst agv droogte).

    Veel teeltbeslissingen worden maar één keer per jaar genomen. Stimuleren van kortgroeiende teelten kan gebruikt worden om de ergste fluctuaties op te vangen. Bij achterblijven van het aanbod (of bij sterke toename van de vraag) kunnen op relatief korte termijn extra teelten ingezet worden (bv soja/koolzaad na wintertarwe in gematigde gebieden, mais als tweede teelt in Brazilie). Zou goed zijn hier een programma voor op te zetten met zowel onderzoek als (teelt)begeleiding. Te financieren uit kleine heffing op termijncontracten van grote voedselgewassen.

    Beantwoorden

Plaats een reactie